Nieuwe kinderbijslag soms ‘onredelijk en onevenredig’
Foto: Photo News

De Raad van State uit bedenkingen bij de nieuwe kinderbijslag, die in Vlaanderen vanaf 1 januari 2019 zal starten. Een advies spreekt over een ‘onredelijke’ en ‘onevenredige’ overgangsmaatregel voor bepaalde categorieën.

Over minder dan een jaar zal de Vlaamse kinderbijslag er helemaal anders uit zien. Elk kind krijgt een gelijk bedrag van 160 euro. Terwijl nu het tweede (173 euro) en derde kind (259 euro) meer krijgen dan het eerste (93 euro). Om de overgang te verzachten heeft de Vlaamse regering een aantal maatregelen genomen.

Kinderen geboren voor 2018 blijven gewoon dezelfde bijslag krijgen. Met leeftijdstoeslagen. Voor hen zal de situatie dus nooit ‘slechter’ worden. Maar al wie na 2019 geboren wordt, zal onder het nieuwe systeem vallen. Dat betekent dat een gezin met een eerste kind geboren op 31 december 2018 93 euro krijgt. De dag erna wordt dat plots 160 euro.

‘Wel rechtvaardig’

De Raad van State heeft daar vragen bij. ‘In haar geheel genomen kan de overgangsregeling als verantwoord beoordeeld worden, in het licht van het gelijkheidsbeginsel. Maar dat belet niet dat de gevolgen ervan voor bepaalde categorieën en situaties als onredelijk en onevenredig worden aanzien.’ De Raad van State ziet niet ‘hoe de behandeling van gezinnen met één kind, geboren voor of na 1 januari 2019, als evenredig kan worden beschouwd.’

Volgens minister Jo Vandeurzen (CD&V) is het totale plaatje rechtvaardig. Hij is niet van plan de kinderbijslag nog aan te passen.