EU bouwt eigen supercomputer: 'Een enorme stap'
Foto: EPA

De Commissie en 13 lidstaten, waaronder België, gaan tegen 2020 een supercomputer ontwikkelen. Die moet bedrijven en universiteiten minder afhankelijk maken van de VS en Japan.

‘Dit is een belangrijk moment om onze toekomst te veranderen.’ Eurocommissaris voor Wetenschap en Innovatie Carlos Moedas schuwde de grote woorden niet bij de voorstelling van het plan om tegen 2020 vier Europese supercomputers te ontwikkelen, waarvan er twee minstens honderd miljoen miljard berekeningen per seconde moeten kunnen uitvoeren.

Op basis van die knowhow moet tegen 2022 zelfs een model ontwikkeld worden met een capaciteit van een triljoen (miljard keer een miljard) berekeningen per seconde. Dat ambitieus programma is volgens de Commissie te vergelijken met het project dat leidde tot de ontwikkeling van de ­Airbus-vliegtuigen in de jaren negentig of het satellietprogramma Galileo.

Volgens Europees commissaris voor Digitale Economie Mariya Gabriel is dit van strategisch belang voor de Europese universiteiten, bedrijven, overheden én burgers. ‘We hebben die technologie nodig om te kunnen concurreren op de wereldmarkt. Anders dreigt delokalisatie van innovatie.’

Geneeskunde op maat

Die supercomputers zijn cruciaal om nieuwe geneesmiddelen of een geneeskunde op maat van de patiënt te ontwikkelen. Ze zijn ook onmisbaar om weersvoorspellingen preciezer te maken en bijvoorbeeld trajecten van orkanen te voorspellen.

Bedrijven hebben supercomputers nodig bij de ontwikkeling van innovatieve producten of om de productietijd van auto’s en vliegtuigen te verkorten en de impact van vliegtuigen op het milieu te verkleinen. Met de hulp van die supercomputers kunnen we ons ook beter beschermen tegen cyberaanvallen, door de ontwikkeling van sterkere encryptietechnologie.

Bedrijfsspionage

Volgens Gabriel is er nood aan een Europese supercomputer omdat onze wetenschappers en bedrijven steeds vaker een beroep moeten doen op Amerikaanse of Japanse modellen, omdat in Europa de beschikbare rekencapaciteit ontbreekt. Dat maakt Europa potentieel kwetsbaar voor bedrijfsspionage van gevoelige informatie. En het lijkt misschien ondenkbaar, maar wat als de VS of Japan de toegang tot hun supercomputers afsluiten voor Europese wetenschappers en bedrijven? Ook Airbus en Galileo waren bedoeld om een eigen industrie te ontwikkelen en onafhankelijk te worden van de VS.

De grootste Vlaamse supercomputer, die eind 2016 voorgesteld werd aan de KU Leuven en 5,5 miljoen euro kostte, behoorde toen tot de snelste tweehonderd ter wereld - nu al niet meer. Het Europese project heeft als ambitie om tegen 2022 een supercomputer te bouwen die tot de top drie in de wereld behoort. ‘Dit project is van een heel andere dimensie,’ zegt Jan Ooghe van de KU Leuven, ‘omdat het in de bedoeling ligt zelf technologie te ontwikkelen en te groeien naar supercomputers met exaschaal capaciteit (een miljard miljard per seconde, red). Het is een enorme stap.’

Er is volgens Ooghe zeker nood aan het Europese project: ‘Vanuit wetenschappelijk standpunt is het belangrijk om de rekenkracht van computers te vergroten.’

‘In Europa heeft geen enkele lidstaat, universiteit of bedrijf de capaciteit om te doen wat we vandaag doen: samen de stukken van de puzzel leggen’, aldus Moedas. ‘Wij moeten nu een supercomputer bouwen die beter is dan de andere in de wereld. Het is een marathon. We moeten maken dat we sneller lopen dan de anderen.’ De krachtigste computers staan nu in China, de VS en Japan.

Zwitserland participeert mee

Om de ambitie te realiseren, wordt er een gemeenschappelijke onderneming opgericht: EuroHPC. De Commissie en de dertien lidstaten die voorlopig deelnemen, leggen samen een miljard euro op tafel om die supercomputers te bouwen en te installeren. Het gaat onder meer om Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje, Nederland en België.

De noordse landen blijven voorlopig aan de kant, omdat de discussies met hun wetenschappers langer duurden dan verwacht. Maar de verwachting is dat ze zich vrij snel zullen aansluiten. Ook Groot-Brittannië doet voorlopig niet mee, hoewel het van bij het begin betrokken was bij de voorbereidende vergaderingen en geïnteresseerd is. Ook na de Brexit kunnen de Britten nog altijd meedoen; Zwitserland participeert nu al, hoewel het geen lid is van de EU.