Brusselse brandweer ligt onder vuur
Foto: Photo News
Ongenaakbaar. Arrogant. De kritiek op de Brusselse spuitgasten zwelt aan na een kritisch rapport van het Rekenhof. ‘De brandweer functioneert als een koninkrijkje in de staat.’

De Brusselse brandweer ligt onder vuur. Een kritische doorlichting van het Rekenhof, maandag besproken in het parlement, maakt brandhout van de werking en spreekt over ‘grove nalatigheden’, onder meer bij de aankoop van nieuwe uitrustingen en rollend materieel. Die gebeurden tussen 2012 en 2015 niet altijd met een openbare aanbesteding, nochtans een wettelijke verplichting.

Het Rekenhof spreekt niet over fraude maar over een gebrek aan controle. Parlementsleden hebben het over ‘laksisme’ en ‘favoritisme’.

Fierheid

Zware beschuldigingen, maar helemaal verbazen doen ze niet, zegt Filip De Rynck, professor bestuurskunde aan de UGent. ‘De brandweer kent sinds de jaren 70 een geschiedenis van grote autonomie. Niet alleen in Brussel, maar in het hele land. Dat komt door de unieke positie die ze als organisatie in de samenleving inneemt. Niemand die het nut ervan ter discussie stelt.’

Dat schept volgens De Rynck een klimaat van ongenaakbaarheid. ‘Aangesterkt door een soort fierheid onder het korps, dat maar al te goed weet dat veel politici niet over de technische bagage beschikken om kritische vragen te stellen over de werking.’
De houding van bepaalde officieren, die aan het Rekenhof weigerden uitleg te verschaffen over een aantal aankopen, is symptomatisch.

Bij de situatie in Brussel speelt nog een ander element mee: het pararegionale korps valt niet onder de verantwoordelijkheid van de federale overheid, die de afgelopen jaren aandrong op een algehele modernisering, maar onder het directe gezag van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. ‘Het Gewest worstelt duidelijk met de tradities van het korps, dat door zijn verzelfstandigd statuut functioneert als een koninkrijk in een staat’, meent De Rynck.

Groot voordeel

Toch ziet de professor in dat model met één politieke eindverantwoordelijke ook een groot voordeel. ‘Eenmaal een bestuur aantreedt met een visie en met energie om de zaken aan te pakken, kan het snel gaan. Het kan fouten op maat aanpakken. Wil het korps van de zone Gent bijvoorbeeld een beslissing nemen, dan moet het altijd onderhandelen met de burgemeesters van de aanpalende gemeentes. Ook niet altijd efficiënt.’

Volgende week nodigt de commissie Binnenlandse Zaken van het Brussels Parlement de huidige en gewezen directieleden van de brandweer uit voor een hoorzitting. Of ze opdagen, valt af te wachten. Daarom pleit de oppositie, Groen en de N-VA voorop, voor de oprichting van een onderzoekscommissie, die het parlement meer onderzoeksmogelijkheden geeft.