Wie de komende weken met de auto op skivakantie trekt, mag zich opmaken voor een penibele rit met de aanhoudende sneeuwval. Enkele tips voor een veilige tocht naar de sneeuw.

VOOR VERTREK

Winterbanden zijn sowieso aan te raden, maar in sommige landen zijn ze ook verplicht. Informeer u goed voor u op wintersportvakantie vertrekt (hier vindt u een duidelijk overzicht). Controleer voor het vertrek de banden en de afstelling van de koplichten en houdt hierbij rekening met de extra belasting.

Zorg sowieso voor antivries in uw ruitensproeier en uw verwarmingsvloeistof. Een slotontdooier en een spuitbus om uw ruiten te ontdooien, kunnen ook handig zijn als het erg koud wordt. Controleer ook de toestand van de batterij, die in de winterse nachten extra inspanningen moet leveren.

Zorg voor sneeuwkettingen en probeer ze thuis al uit. Best is de kettingen in de koffer binnen handbereik te houden. Voorzie ook in een kleine schop, een zaklamp en een deken, je weet immers nooit wanneer en in welke omstandigheden je plots de kettingen om moet leggen. Bewaar ook een voorraad eten en drinken in de auto voor onvoorziene vertragingen.

ONDERWEG

Voorzie in onvoorziene vertragingen, opstoppingen en andere obstakels. Tijdig stoppen, tanken en koffiedrinken kan humeurige oprispingen voorkomen.

Vertrekken in de sneeuw doe je best langzaam om elk risico op slippertjes te vermijden. Als je wielen toch beginnen te glijden, schakel dan een versnelling hoger (naar tweede in plaats van eerste versnelling). Op die manier verminder je de kracht die op de wielen wordt uitgeoefend en brengt u de auto op gang zonder te slippen.

Rijd tegen een matige snelheid zodra je op weg bent en houd ruim afstand van de auto voor je. Ken uw eigen beperkingen en die van andere automobilisten. Trek geleidelijk en rustig op. Gebruik bij het nemen van een helling een hogere versnelling dan u bij droog weer (en dezelfde snelheid) zou doen: dat beperkt het risico van doorslippen. Gebruik bij afdalen een lagere versnelling dan u bij droog weer (en dezelfde snelheid) zou doen: zo voorkomt u dat de wielen blokkeren en de banden gaan glijden. Afremmen op de motor is beter dan het rempedaal intrappen.

Begin tijdig te remmen wanneer u moet stoppen. Zo kan je de auto beetje bij beetje laten vertragen. Beoordeel de benodigde remafstand correct en rem eerst op de motor alvorens het rempedaal aan te raken.

Bij bochten in de sneeuw vermindert u uw snelheid voordat u de bocht nadert en remt u nog op het rechte stuk. In de bocht licht en regelmatig sturen. De snelheid in de bocht moet langzaam zijn om de auto onder controle te houden. Als een auto met voorwielaandrijving slipt, probeer dan de grip terug te krijgen door snelheid te minderen. Laat onmiddellijk het gaspedaal los en trap indien nodig heel licht op het rempedaal zonder de wielen te blokkeren. Als de achterwielen van een auto met voorwielaandrijving slippen, trek dan heel licht op om het evenwicht te herstellen. In geen geval remmen, want dat brengt de auto nog verder uit balans.

OP DE BESTEMMING

Hou eens ter plaatse rekening met winterse toestanden: ruitenwissers 's nachts van de ruiten houden, deurrubbers met glycerine instrijken, wielen zo draaien dat eventuele sneeuwophopingen het vertrek niet bemoeilijken, handrem niet aantrekken.

Wie de auto tijdens zijn skivakantie op een parking laat staan, doet er bovendien goed aan om de batterij ruim voor het geplande vertrek te controleren en zo geen kostbare tijd te verliezen. Een set kabels meenemen voor batterijhulp kan nooit geen kwaad.

Verwijder ook regelmatig de sneeuw vanop uw dak, om de vering van de wagen te ontlasten.

VOOR DE TERUGREIS

Lijkt overbodig, maar opnieuw: verwijder ook voordat u weer naar huis vertrekt de sneeuw vanop het dak van uw wagen. Bij bruusk remmen kan die sneeuw uw voorruit op schuiven en het zicht belemmeren. Als het pak sneeuw achteruit van uw wagen valt, kan dat dan weer andere weggebruikers hinderen.