Twintiger raakt moeilijker aan lening voor eigen huis
Foto: jk
Het aandeel van jongeren op de markt voor woon­leningen loopt sterk terug.

Op de markt van woonkredieten maken twintigers plaats voor veertigplussers. Dat blijkt uit cijfers van het adviesbureau Immotheker-Finotheker. In 2007 was op een haar na de helft van de klanten jonger dan dertig jaar. In de daaropvolgende jaren liep dat aandeel systematisch terug. In 2016 was het nog 25,3 procent – een halvering dus in negen jaar tijd. Tegelijk verdubbelde het aandeel van de veertigplussers. In 2007 waren zij goed voor 12,7 procent van de markt, in 2016 was dat al 30,4 procent. De gemiddelde leeftijd van de woningkoper is in die periode gestegen van 31,1 jaar naar 36,9 jaar. 

Geen volledige financiering

Volgens John Romain (Immotheker) heeft deze ontwikkeling alles te maken met de betaalbaarheid van vastgoed. Ondanks de gedaalde rente is een eigen woning  minder bereikbaar geworden voor jonge consumenten. Dat komt onder meer doordat banken almaar minder geneigd zijn om de aankoop volledig te financieren. De gemiddelde beleningsgraad is vooral de laatste jaren gestegen. Jongeren die nog geen 25 jaar zijn, financierden in 2014 nog 76 procent van de aankoop. Twee jaar later was dat 82 procent. Deze leeftijdscategorie is de enige die minder dan 20 procent van de projectkosten op tafel legt. De veertigplussers lenen maar 61 procent van de totale kosten. 

‘De vraag naar almaar meer eigen middelen zet de markt onder druk’, zegt Romain. ‘Het gaat niet alleen om jongeren, maar ook om mensen die een echtscheiding achter de rug hebben.’ De recente beslissing van de Vlaamse regering om de registratierechten te hervormen is volgens hem een stap in de goede richting. Die komt de betaalbaarheid van bescheiden woningen ten goede. In sommige gevallen kan het voordeel oplopen tot 12.000 euro. 

Dat de gemiddelde leeftijd van de woningkopers oploopt is onder meer het gevolg van strengere eisen die aan de banken worden gesteld. De Nationale Bank legt hen extra kapitaaleisen op voor hypotheken. Hoe meer woonleningen de banken verstrekken aan kopers met weinig eigen inbreng, hoe hoger de kapitaaleisen. Daardoor zijn de banken minder happig op het afsluiten van zulke leningen. Dat is nadelig voor kopers die nog maar weinig hebben kunnen sparen, zoals jongeren. 

Ook de lage rente speelt indirect een rol bij de verschuivingen op de hypotheekmarkt. Omdat spaargeld bijna niets meer opbrengt, beleggen spaarders vaker dan vroeger in vastgoed. Dat gebeurt vooral door veertigplussers. Deze leeftijdscategorie leent soms ook geld voor verbouwingen. Vorig jaar stelde ook KBC al vast dat de gemiddelde leeftijd van woningkopers om die redenen stijgt. De bank zag het aandeel van 55-plussers onder de verbouwers in vier jaar tijd stijgen van 11 naar 16 procent. Tegelijk liep het aandeel van deze leeftijdsgroep bij de vastgoedbeleggers op van 16 naar 21 procent.