En de Belg? Die spaart gewoon verder of laat meer geld op de zichtrekening staan.

Je kan het paard wel naar het water leiden, maar je kan het niet verplichten te drinken. Dat is wat veel bankiers denken als ze ons spaargedrag analyseren. Als Belgen 100 euro ontvangen, zetten ze er gemiddeld zowat 12 euro opzij voor later. Meer dan een derde van de sparende Belgen slaagt er op die manier in om elke maand meer dan 200 euro opzij te zetten, wat ons al jarenlang een plaats garandeert in de top van het klassement van de grootste spaarders in Europa.

En dat zal wellicht niet snel veranderen. Uit de jaarlijkse rondvraag van De Standaard bij de zes grootste banken (BNP Paribas Fortis, KBC, ING, Belfius, Argenta en Axa, samen goed voor meer dan 80 procent van de markt) blijkt immers we ook in 2017 dapper verder bleven sparen. De inlage op de gereglementeerde spaarboekjes stijgt zowat alle grote banken, zij het meestal slechts lichtjes met 1 tot 5 procent. Goed voor zo’n 5 miljard euro.

Een opmerkelijke stijging, zeker gezien de historisch lage rente. Want wie op begin dit jaar 10.000 euro op een spaarboekje stortte en er verder niets mee deed, kreeg dit jaar hoogstens 65 euro aan rente (bij Banca Monte Paschi Belgio, red.), terwijl het gros van de spaarrekeningen niet veel meer dan het wettelijk minimum van 0,11 procent opbracht, 11 euro dus.

Zichtrekening

Kortom, niet meer dan peanuts. Steeds meer Belgen trekken daaruit een opvallende conclusie. Ze vinden het de moeite niet meer waard om hun loon over te zetten van hun zicht- naar hun spaarrekening. Volgens de laatste cijfers van de Nationale Bank stond er in het derde kwartaal van 2017 liefst 5 miljard meer op de zichtrekeningen dan een jaar eerder.

Een trend die doorzet, klinkt het bij zowat alle banken. Bij Belfius, Argenta en Axa Bank bijvoorbeeld zag men het geld op de zichtrekeningen met respectievelijk 13, 11 en 10 procent toenemen. En dat vaak al voor het tweede jaar op rij.

‘Het verschil in rente tussen spaarboekje en zichtrekening is gewoon te laag’, klinkt het bij de meeste banken. En door diezelfde lage rente zijn de alternatieven voor de meeste Belgen niet aantrekkelijk genoeg. Steeds meer Belgen gebruiken dan ook hun zichtrekening als een soort wachtrekening, in de hoop er zich later dit jaar wél interessante beleggingskansen aandienen.

Beleggingsfondsen en tak23

Een beperkt aantal Belgen lijkt de weg naar de meer risicovolle beleggingen inmiddels wel al gevonden te hebben. Bij Belfius en BNP Paribas Fortis bijvoorbeeld, meldt men een opvallende groei van tak23-beleggingen, dat zijn beleggingsverzekeringen gelinkt aan de beurs. Bij laatstgenoemde zelfs met 77 procent. En ook de appetijt voor beleggingsfondsen - vaak in combinatie met formules van gespreid beleggen of periodiek beleggen - neemt overal toe.

Maar voorlopig is dat niet meer dan wat pootjebaden. Aandelen blijven bijvoorbeeld voor veel Belgen nog altijd taboe. Zo zag BNP Paribas Fortis in 2017 slechts een lichte groei - niet meer dan 3 procent - in het aantal geopende effectenrekeningen.

De meeste banken verwachten dit jaar - in 2018 dus - dan ook geen grote veranderingen op de spaarmarkt.. ‘Zolang de rente laag blijft, verwachten we geen verandering in het klantengedrag’, klinkt het in koor. En gezien de ECB zijn opkoopprogramma heeft verlengd, verwachten de meeste grootbanken pas een rentestijging in de tweede jaarhelft of zelfs pas begin 2019.

Verlies van koopkracht

Conclusie? Hebt u uw geld in afwachting op een spaarboekje staan, dan zal u volgens dus ook in 2018 aan koopkracht inleveren. De interest zal immers lang niet volstaan om de inflatie - in België momenteel circa 2 procent – te compenseren. Maar troost u, u bent niet alleen. De meeste Belgen zullen zich daar ook in 2018 niets van aantrekken.