Huisartsen op bijscholing tegen gezinsgeweld
Foto: ND
Veel intrafamiliaal geweld blijft onder de radar. Dankzij hun positie dicht bij de patiënt kunnen huisartsen mee helpen om het tij te keren.

Bij de Vlaamse Hulplijn 1712 komen dagelijks gemiddeld tien meldingen binnen van kindermishandeling  en twee van partnergeweld. Toch blijft intra­familiaal geweld  een probleem waar slachtoffers slechts schoorvoetend mee naar buiten komen. Wetenschappers en hulpverleners gaan er daarom van uit dat het werkelijke aantal gevallen van geweld binnen het gezin nog veel ­hoger ligt. 

‘Huisartsen zijn door hun frequente contacten met gezinnen goed geplaatst om zulke signalen op te pikken’, zegt Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V). Daarom gaf hij de huisartsenvereniging Domus Medica de opdracht om een cursus uit te werken. Volgende week is die klaar en kunnen de circa 8.000 Vlaamse huisartsen via een e-learningproject zien hoe ze vage klachten en signalen beter kunnen detecteren.

‘Het gaat niet alleen over pure kennisoverdracht. De dokters kunnen ook oefenen met concrete gevallen en ervaringen uitwisselen met hun collega’s’, zegt Linde Tilley van Domus Medica. De artsen zijn niet verplicht de cursus te volgen, maar het levert hen wel punten op voor hun accreditatie die ze elk jaar moeten halen. 

Signalen oppikken
‘Signalen die wijzen op mishandeling, maar vaak niet opgepikt worden, zijn bijvoorbeeld letsels die herhaaldelijk voorkomen zonder dat er een echte verklaring voor is’, zegt kinderarts Johan Marchand (UZ Brussel). ‘Maar ook bij patiënten  met emotionele en psychische problemen, of met chronische klachten zoals vermoeidheid of hoofdpijn, moeten artsen extra attent zijn of er geen sprake is van mishandeling. De eerste reflex van een arts is altijd zoeken naar een ziekte. Vaak vergeet de dokter daarom  naar een eventuele mishandeling te peilen.’

Niet doorvragen
Volgens Marchand zijn huisartsen in principe goed geplaatst om de familiale context te kennen. ‘Maar tegelijk zijn velen van hen zo overbevraagd dat ze de tijd niet nemen om door te vragen over die problematiek. Sommige patiënten zullen zelf niet de eerste stap zetten, maar zouden wel praten als de arts hen gewoonweg vraagt hoe het met hen  en met hun relatie gaat.’
Alert zijn voor de signalen is één ding, ‘maar net zoals patiënten vaak niet durven uit te komen voor mishandeling, durven ook artsen die iets opmerken vaak die vraag niet te stellen’, zegt Tilley. De vrees is groot dat het voor pa­tiënten bedreigend overkomt. ‘Via het e-learningproject kunnen de artsen oefenen hoe ze die problemen bespreekbaar kunnen maken zonder te oordelen.’