Pascal Smet deed de zelfingenomen Brusselse politici een cadeau
De Grote Markt van Brussel Foto: BELGA

Het was uiteraard niet erg slim van Pascal Smet om Brussel te vergelijken met een prostitué, zegt Luckas Vander Taelen. Vooral omdat de essentie van zijn boodschap daardoor verloren ging.

Pascal Smet vergeleek Brussel vorige vrijdag met een hoer. De verontwaardiging van de Brusselse politieke klasse hierover kon moeilijk groter zijn. Toch klinkt die verontwaardiging vreemd in de oren. Want ik ken geen Franstalige die “putain” niet bij wijze van scheldwoord om de haverklap gebruikt. Niemand heb ik ooit geschokt horen reageren dat dit een grove belediging voor prostitués was.

Smet wou gewoon zeggen dat Brussel een opwindende stad is die tegelijk aantrekt en afstoot. Dat is iets waarover iedereen die Brussel kent, het eigenlijk eens is maar dat je volgens sommigen niet luidop mag zeggen. Het is niet omdat je van Brussel houdt, dat je blind moet blijven voor de tekortkomingen van het beleid dat ervoor zorgt dat een meerderheid van de Belgen zich niet op zijn gemak voelt in de stad, wat uit een enquête bleek deze week. Je zou denken : dat is een debat waard. Maar de Brusselse politieke klasse heeft andere prioriteiten blijkbaar; elke kritiek op hun stad zien zij als Brussel-bashing. En dus volgde een opbod over wie het meest verontwaardigd was over de uitspraken van Pascal Smet.

Geschenk voor tegenstanders

Het overtrokken woordgebruik van Smet was een geschenk voor zijn tegenstanders. Hij bood hen een onverhoopte kans om niet naar zijn ideeën te moeten luisteren en hem voor te stellen als een onbetrouwbare partner. Smet had twee weken geleden een gedurfd hervormingsplan voorgesteld voor de organisatie van het Brusselse gewest. Vele Franstalige politici hadden toen totaal irrationeel gereageerd, waardoor ze hun gehechtheid aan hun eigen macht toonden en vooral hun onwil en onvermogen om het te hebben over een meer efficiënt bestuur. Vincent De Wolf, burgemeester van Etterbeek en liberaal fractieleider in het Brussels parlement, had meteen het ontslag van Smet geëist. Stel je voor, hij had het aangedurfd om het bestaan van de gemeenten in vraag te stellen! Nu vroeg De Wolf opnieuw het ontslag van Smet. Twee keer op een week het ontslag van een minister eisen, omwille van ideeën en woorden: het zegt veel over het niveau van de Brusselse politiek.

Minister-president Vervoort deed niet onder voor de oppositie : hij dreigde zijn eigen minister Smet te ontslaan als die zijn excuses niet aanbood. Wat Smet meteen ook deed.

Kwaad was geschied

Maar het kwaad was geschied. Laurette Onkelinx was niet meer te houden. De socialiste die tot het laatste moment voormalig Brussels burgemeester Yvan Mayeur de hand boven het hoofd had gehouden, eiste nu het vertrek van Smet. Niet omwille van laakbare daden, wat voor haar bij Mayeur niet echt een probleem leek, maar voor een volgens haar bedenkelijke vergelijking. Ook Ecolo en Groen bleven niet achter : voormalig staatssecretaris Bruno De Lille had het zelfs over een gebrek aan respect voor sekswerkers. Dat Smet het op geen enkel moment had gehad over prostitutie in Brussel, deed blijkbaar niet ter zake.

De zelfingenomen Brusselse politici waren blij het niet over zijn hervormingsplan te moeten hebben. Het komt hen goed uit om zich te mogen ergeren aan de vorm en het niet te moeten hebben over de inhoud, over wat Smet eigenlijk wou zeggen: dat Brussel een fantastische stad is die door een gebrek aan visionaire politiek jaren onder zijn mogelijkheden zit. Dat hierover niet meer verontwaardiging bestaat bij de Brusselse politieke klasse, dat is de echte schande. Hun eigen jarenlange verantwoordelijkheid in het slechte beheer van deze stad, daarover hebben ze het liever niet.

Arno, sinds dit jaar ereburger van de Stad Brussel, zei al in 2003 in het Franse Libération dat Brussel ‘zo open was als een oude hoer’ . Al decennia zingen we met hem mee van ‘Putain Putain, c’est vachement bien’. Mag dat nu ook niet meer?

Lukas Vander Taelen is freelance journalist.