Matthew Spencer Petersen, een van de kandidaat-rechters die werd voorgedragen door Amerikaans president Donald Trump, moest telkenmale het juiste antwoord schuldig blijven tijdens een hoorzitting in de Senaatscommissie. Het resulteerde in een gênant tafereel dat inmiddels door miljoenen mensen werd bekeken.

Petersen was een van de kanshebbers om districtsrechter te worden in de hoofdstad Washington. Toen de Republikeinse Senator John Kennedy de man en nog vier andere kandidaten vroeg of er iemand nog nooit een rechtszaak had geleid, moest Petersen zijn hand opsteken. Al snel bleek zijn ervaring erg miniem te zijn. ‘Burgerlijke rechtbank? Strafrechtelijk? In een staat of federaal?’ Allemaal vragen waarop Petersen niet anders kon dan ‘neen’ antwoorden.

Zijn kandidatuur werd unaniem afgekeurd, iets wat de afgelopen decennia maar zelden gebeurde.