‘Twintig Europese uniefs tegen 2024’
Foto: belga
Onderwijs en cultuur komen de jongste jaren niet of nauwelijks aan bod op toppen van de Europese staats- en regeringsleiders. Die hadden de handen dan ook meer dan vol met de opeenvolgende crisissen. Maar nu er weer rugwind is, maken ze opnieuw plannen op de middellange termijn en verbreden ze hun blik. Dat blijkt uit de (gedeeltelijke) ontwerpconclusies voor de top van eind volgende week, die De Standaard kon inkijken.

De leiders zullen oproepen tot een versterking van de samenwerking tussen de instellingen van hoger onderwijs in de hele EU en de uitbouw – van onderuit – van een netwerk van Europese universiteiten.

Tegen 2024 moet er zo een twintigtal Europese universiteiten ontstaan, zodat jongeren een diploma kunnen behalen nadat ze studies in verschillende Europese lidstaten gecombineerd hebben.

Ze rekenen erop dat dit de internationale concurrentiepositie van Europese universiteiten zal versterken – nu haalt maar een tiental Europese universiteiten de internationale rankings van de vijftig beste universiteiten in de wereld, en na de Brexit zal dat aantal nog zakken.

Europese studentenkaart

Om de mobiliteit van studenten te vergemakkelijken, wordt er tegen 2025 een Europese studentenkaart ontwikkeld, met alle informatie over het academisch parcours van de student. Met die kaart zullen ze ook kunnen deelnemen aan culturele activiteiten in een ander Europees land. In 2019 wordt er een pilootproject opgestart.

Er moet ook werk worden gemaakt van de wederzijdse erkenning tussen lidstaten van diploma’s uit het secundair en hoger onderwijs. En meer jongeren dan vandaag die de middelbare schoolbanken verlaten, moeten tegen 2025 minstens twee Europese talen boven op hun moedertaal kunnen spreken.

Ook een eerder voorstel van Europees Commissaris voor Sociale Zaken Marianne Thyssen (CD&V) komt in de conclusies terecht: het Erasmusprogramma moet meer middelen krijgen en uitgebreid worden tot leraars en jongeren met een leercontract.

De Europese leiders vragen de Europese Commissie om tegen de lente van volgend jaar (niet bindende) aanbevelingen te doen aan de lidstaten om die doelstellingen te halen. Onderwijs en cultuur zijn en blijven bevoegdheden van de lidstaten, maar de EU kan ‘een belangrijke ondersteunende en coördinerende rol spelen’, staat er.

Muziek voor Macron

Het zal allemaal als muziek in de oren klinken van de Franse president Emmanuel Macron. In de toespraak die hij eind september aan de Sorbonne gaf over de toekomst van Europa, pleitte hij ervoor om tegen 2024 een twintigtal Europese universiteiten uit te bouwen, de diploma’s middelbaar onderwijs te harmoniseren en de kennis van andere Europese talen op te krikken. ‘In plaats van de overvloed van onze talen te betreuren, moeten we er een troef van maken’, zei Macron.

In de aanloop naar de sociale top in het Zweedse Göteborg op 17 november pikte Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker sommige ideeën van Macron op en stelde hij voor om een ‘Europese Onderwijszone’ uit te bouwen.

Dat project moet een dubbel doel dienen: meer Europese jongeren aan het werk krijgen en voorbereiden op de omwentelingen op de arbeidsmarkt die op ons afkomen, en de ‘Europese identiteit versterken via opvoeding en cultuur’.

Het biedt de Europese leiders ook de kans om de burgers te tonen dat ze zich met meer bezighouden dan alleen maar harde economische cijfers. In de verklaring die ze op 25 maart bij de 60ste verjaardag van het Verdrag van Rome goedkeurden in de Italiaanse hoofdstad, beloofden ze ‘werk te maken van een EU waar jongeren de beste opvoeding en opleiding krijgen, en kunnen studeren en een job kunnen vinden in het hele continent’.