'Pervers: eerst bos kappen om daarna nieuw bos aan te planten'
Foto: Katrijn Van Giel
Wie zijn grond wil bebossen, kan tien keer meer geld vangen als hij daarmee een bos compenseert. En dus wachten grondeigenaars af. ‘Pervers, er moet eerst gekapt worden, voor er bos geplant wordt.’

Eigenaars die bereid zijn hun grond te bebossen, kunnen daarvoor per hectare 3.500 euro subsidie krijgen. Doen ze hetzelfde in het kader van de boscompensatie, dan gaat het om 35.000 euro per hectare. En dus kijken ze de kat uit de boom.

‘Niet verrassend, als je het tienvoudige kunt opstrijken’, zegt Sander Jansens van het gespecialiseerde adviesbureau Landmax. Hij kent vier grondeigenaars, samen goed voor 30 hectare, die momenteel afwachten. ‘Uitstel loont. In de praktijk komt er geen bos bij. Meer nog: het perverse is dat er eerst gekapt moet worden voor er bos geplant wordt.’

In Vlaanderen is ontbossen in principe niet toegestaan en wordt bebossen ondersteund. Wie toch bomen rooit, moet dat compenseren, in natura of in geld. Dat compensatiemechanisme ligt allang onder vuur. Te veel geld, te weinig realisatie. ‘Het vaak gehoorde excuus dat er geen grond beschikbaar is, klopt niet’, zegt Jansens. ‘Er zijn privé-eigenaars die bos willen aanplanten. Alleen kun je hen geen ongelijk geven dat ze wachten op een beter aanbod in het kader van compensatie.’

Wie een gekapt bos compenseert, kan dat doen door zelf elders te herbebossen, of door een bedrag te storten in een pot waarmee bebossingsprojecten worden betaald. Je kunt ook een andere eigenaar betalen die in jouw plaats bomen plant. Het is in die optie dat Jansens het ‘perverse’ effect ziet.

De minister van Omgeving, Joke Schauvliege (CD&V), erkent dat deze kronkel ‘een remmende factor’ kan zijn. ‘Maar het leidt wel tot een onmiddellijke compensatie in natura van de bosoppervlakte.’

De regelgevende gril kan verklaard worden doordat het om twee beleidslijnen gaat: de subsidie past in de bosuitbreiding, de compensatie in bosbehoud. Die zijn apart tot stand gekomen en blijken vandaag te botsen. Bovendien is het compensatiebedrag dit jaar opgetrokken en werd dat scenario aantrekkelijker.

Bert De Somviele van Bos+, de vereniging die ijvert voor meer bos in Vlaanderen, merkt in de eigen werking een afwachtende houding bij de eigenaars. ‘De hoge bedragen gaan rond als een lopend vuurtje. Jammer, want het kan niet de bedoeling zijn dat mensen er rijk van worden. Er kan onderhandeld worden tussen de compenseerder en de eigenaar, en dan valt het bedrag wellicht lager uit. Maar dan blijft het nog flink hoger dan de gewone subsidies.’

Sander Jansens pleit ervoor de subsidie op te trekken om het verschil kleiner te maken. Ook De Somviele is daar voorstander van. ‘In andere bosarme landen, zoals Ierland, zetten ze er meer geld voor opzij en kunnen ze betere resultaten voorleggen.’
Jansens ziet nog ‘remmende factoren’. ‘Vaak krijgen dossiers geen vergunning na een negatief advies van de landbouwadministratie, met als argument dat er geen landbouwgrond verloren mag gaan. Of de plannen lopen spaak op de rigide pachtwet.’