Lamrabet tegen Rutten: ‘U zegt: “we hoeven niet te praten, wij zijn beter”’
Rachida Lamrabet Foto: Sven Coubergs

Over identiteit konden Gwendolyn Rutten en Rachida Lamrabet het niet meer oneens zijn, deze avond op de Nacht van De Standaard. Rutten: ‘We hebben te lang gezegd: hier is uw uitkering, trek uw plan.’ Lamrabet: ‘Van pampering heb ik weinig gemerkt.’

Superieur, onze liberale democratie? De oude uitspraak van Open VLD-voorzitster Gwendolyn Rutten veroorzaakte meteen tweespalt tussen de protagonisten van het identiteitsdebat op de Nacht van De Standaard. Rutten nam er geen woord van terug, en twijfelde niet over die uitspraak.

En dat vond Rachida Lamrabet, juriste (ex-Unia) en schrijfster ‘onthutsend’. ‘Ik had gehoopt dat u afstand zou doen van die stelling. De samenleving is misschien superieur voor de happy few. Ik vind dat een arrogante stelling. Wat is uw boodschap? “Wij hoeven met u niet te praten, want wij zijn beter”.’

Meteen stond het debat op scherp. De liberale voorvechter – zeg niet donkerblauw – van de westerse manier van samenleven tegenover de juriste die meer haken en ogen aan onze beschaving ziet dan superioriteit. Professor geschiedenis Bruno De Wever (Ugent), de derde debater, zette meteen de puntjes op de i: ‘In Europa is het verlichtingsidee in 18de eeuw ontstaan, waaruit universele rechten van de mens voortvloeiden. Daar geef ik Rutten gelijk in. Maar het is niet omdat het in Europa is ontstaan, dat het niet universeel is. De beschavingen die die rechten zo goed mogelijk proberen te realiseren, zijn de beste om in te leven. En dan moeten we vaststellen dat met de rijkdom die wij genereren, we niet in staat zijn om hier de armoede te doen verdwijnen. Dat is stuitend. Ik zou dat discours vermijden, omdat het offensief is naar één bevolkingsgroep. Ik zou de dialoog zoeken en niet het debat.’

‘Doe normaal’

Die dialoog leidde langs het boerkaverbod en het boerkiniverbod. Hoe verdedigt Rutten een boerkaverbod als liberale frontvrouw, die individuele rechten zo hoog in het vaandel draagt? ‘Als liberaal sta ik voor vrijheid, ik zal nooit kledingvoorschriften opleggen. Ik heb maar één uitzondering: volledig het aangezicht bedekken. In een samenleving moet je elkaar in het aangezicht kunnen kijken. Je ontmenselijkt zo de samenleving, dan haal je het humane aspect van een samenleving onderuit.’

Dat vindt Lamrabet onzin: ‘Een gezichtssluier zou de maatschappelijke interactie verhinderen, maar een staat heeft zich niet te moeien met interactie tussen burgers.’

En wat doen we met wat niet met de wet te verbieden valt én toch – volgens sommigen – niet te verdedigen is? Zoals een man die weigert vrouwen de hand te schudden? ‘Ik kan u wettelijk niet verplichten om een hand te geven, maar ik kan wel zeggen dat het hier niet normaal is’, zegt Rutten.

De beladen woorden ‘doe normaal’ die ook Mark Rutte, de Nederlandse premier, in de mond nam, krijgt geen genade van Lamrabet. ‘Voor mij betekent “doe eens normaal” dat mensen niet meer op straat moeten slapen.’ Over armoede moeten de liberalen zich aangesproken voelen, vindt Bruno De Wever. Niet Rutten: ‘We hebben armoede te veel aan socialisten overgelaten. Ik denk niet dat we mensen helpen door te zeggen: “hier is een uitkering, nu is ons geweten gesust, en we laten u met rust”. Misschien moeten we het eens anders proberen, en op een liberale manier aan kansarmoede werken.’

Moederrevolutie

Rutten komt er niet zo gemakkelijk vanaf. Waarom doet de Vlaamse overheid, waar Open VLD toe behoort, veel te weinig tegen schooluitval en ongelijkheid van kansen in het Vlaamse onderwijs, vraagt De Wever. ‘Schooluitval is een heel groot probleem. Het hele probleem van schooluitval toeschrijven aan jongeren die zich vervreemd voelen, is niet juist. De échte oorzaak van de schooluitval – en nu ga ik provoceren – ligt bij de moeders’, repliceerde Rutten. ‘Wij hebben een moederrevolutie nodig. Twee zaken zijn determinerend voor de kansen van kinderen: taal- en opleidingsniveau van de moeder. Daarom zetten we er zo hard op in om kinderen zo snel mogelijk naar de crèche en het kleuteronderwijs te leiden. We investeren daar in, er gaan meer middelen naartoe.’