Geen winnaars in de zaak-Manaël
Foto: Kristof Vadino

Het arrest van het Hof van Beroep in de zaak-Manaël laat meer licht schijnen op de dramatisch aflopende adoptiezaak: ‘De moeder heeft veel geduld en respect betoond ten aanzien van de kandidaat-adoptieouders.’

Een moeder die haar kind vanaf de geboorte afstaat met het oog op adoptie, heeft het recht zich te bedenken. Ze kan dat zelfs nog doen tijdens de adoptieprocedure die door de wensouders voor de rechtbank moet worden ingeleid, met een maximumtermijn van zes maanden. Dat is wat de moeder van Manaël heeft gedaan (DS van 29 november).

De jongen verblijft sinds luttele dagen na zijn geboorte, in april vorig jaar, bij een koppel uit Schaarbeek, dat hem wilde adopteren.

Op 10 februari van dit jaar liet de moeder van Manaël per brief aan de adoptiedienst Adoptiehuis weten dat ze de adoptie ongedaan wilde maken. In een notariële akte van 13 maart trok ze formeel haar toestemming voor de adoptie terug. Dat was nog binnen de wettelijk toegestane termijn.

Aanhoudende vraag voor contact

De kandidaat-adoptieouders, nu pleegouders van Manaël, vroegen de rechtbank om eerst een sociaal onderzoek te laten uitvoeren, maar de rechter in beroep vond dat niet aangewezen. Er is geen reden om aan te nemen dat de moeder het kind niet goed zou behandelen of verwaarloosd zou hebben, zegt het arrest. Het feit dat een moeder haar kind afstaat bij de geboorte, kan en mag niet gezien worden als een vorm van verwaarlozing. Ook het feit dat ze niet legaal in ons land verblijft, is niet relevant.

Sterker: sinds de moeder op haar beslissing terugkwam, in februari, heeft ze elke week bij de adoptiedienst aangeklopt om te vragen of er al een vorm van contact met haar kind mogelijk was.

Op haar eigen aandringen vond er op 5 april een gesprek plaats tussen de moeder en de kandidaat-adoptanten. Zij maakte daarin duidelijk dat ze op haar beslissing was teruggekomen en graag de zorg voor haar kind permanent wilde opnemen. Ze vroeg om het kind ter voorbereiding af en toe te mogen zien. De tegenpartij wenste daar niet op vrijwillige basis op in te gaan. Nog bleef zij elke week bij de adoptiedienst vragen hoe het met haar kind ging.

‘Zij heeft vanaf het begin veel geduld en respect betoond ten aanzien van de adoptieouders’, staat in het arrest te lezen.

Pleegouders voor zes maanden

Op 11 augustus heeft een jeugdrechter in Leuven de kandidaat-adoptieouders het statuut van pleegouders gegeven, voor een termijn van zes maanden. In die tijd moeten zij het kind wekelijks op woensdag naar Leuven brengen, voor een contact-onder-toezicht met zijn moeder. Dit in aanloop naar de definitieve overdracht.

De moeder had op haar beurt aan de rechtbank gevraagd om haar kind onmiddellijk terug te krijgen, op straffe van een dwangsom van 5.000 euro per dag zolang de tegenpartij dat weigerde. De rechter in beroep ging daar niet op in. Hij concludeert na secuur wikken en wegen dat er in een adoptieprocedure ‘niet zinvol kan gesproken worden over “winnaars” of “verliezers”.’