De begroting zal ook voor de volgende regeringen een huizenhoog probleem blijven.

De Europese Commissie gaf België woensdag nog maar eens een slecht rapport voor zijn begroting. Maar zorgen maakt de regering zich daar allang niet meer over. ‘We doen minder dan wat Europa vraagt, maar gaan voor structurele hervormingen’, liet minister van Begroting Sophie Wilmès (MR) droogweg weten. 

Een structureel begrotingsevenwicht in 2018 was onderdeel van het regeerakkoord – een belofte die deze coalitie heeft gebroken. Maar de zoektocht naar dat evenwicht – nog zo’n 6,5 miljard euro te gaan – is peanuts in vergelijking met wat de twee volgende regeringen nog te wachten staat. 

Als de overheid alle beloftes nakomt die ze heeft gemaakt, wacht  in 2030 een extra factuur van meer dan 34,5 miljard euro per jaar. Zo hangt aan de belofte 'een mooie oude dag voor elke Belg' een prijskaartje van 7,8 miljard euro. Naarmate de bevolking veroudert, rijzen de kosten voor pensioenen en gezondheidszorg verder de pan uit. Ook al compenseren de lagere uitgaven voor kinderbijslag of werkloosheid dat wat, de totale extra kosten blijven gigantisch.   In 2030 lopen die al op tot 7,8 miljard euro per jaar. Op het hoogtepunt van de vergrijzing – in 2040 – zal dat 13,8 miljard zijn.

Saneren zal dus nog heel lang het motto blijven.