Werkstraf voor relschopper Brussel
Foto: BART DEWAELE
Een 16-jarige relschopper uit Wolvertem wordt niet opgesloten voor zijn aandeel in de Brusselse rellen. De rechter liet hem vrij, op voorwaarde dat hij een werkstraf uitvoert.

Dat de jeugdrechter de 16-jarige relschopper uit Wolvertem niet in een gesloten jeugdinstelling plaatst, maar een alternatieve straf oplegt, past in een bredere trend.

Cijfers van het Agentschap Jongerenwelzijn ­leren dat Vlaamse jeugdmagistraten vorig jaar bijna 5.000 keer kozen voor ‘herstelgerichte en constructieve afhandeling’. Een technische term waaronder een breed scala aan alternatieve maatregelen schuilgaat, van een werkstraf tot een leerproject tot herstelbemiddeling.

Werkstraffen

Het aantal werkstraffen is sinds 2014 gestegen van 419 naar 501. Het aantal herstel­bemiddelingen – waarbij dader en slachtoffer met elkaar in contact worden gebracht – van 2.959 naar 3.517. Als het van Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) afhangt, moeten die cijfers nog hoger. Alternatieve straffen vormen de hoeksteen van zijn nieuwe jeugddelinquentierecht. Plaatsing wordt beperkt voor de gevallen waarin het niet anders kan.

De 16-jarige jongen, die afgelopen woensdag werd opgepakt, werd geïdentificeerd als een van de vandalen die grote schade aanrichtten op het Muntplein, na de samenkomst met het Franse internetfenomeen Vargasss92. Hij zou een verkeersbord en een ladder naar een politiewagen hebben gegooid. Genoeg reden voor het parket om een jeugdrechter te vorderen en een plaatsing in een gesloten jeugdinstelling te vragen.

Zover komt het niet. De jeugdrechter besliste om hem naar huis te laten gaan, maar plaatst hem daar onder curatele. Zes maanden lang zal hij intensief begeleid worden. Doet hij dat goed, dan kan de jeugdrechter nadien begrip tonen. Loopt het fout, dan is een plaatsing alsnog mogelijk.

Basta

De jongen komt nu terecht in het ‘Basta-project’, een begeleidingsproject in Brussel en Vlaams-Brabant. Dat is uitzonderlijk, de betrokken vzw Alba vangt maar een tiental jongeren per jaar op. ‘Het project combineert een gemeenschapsdienst van 30 uur, het werken aan herstel tegenover de eigen ouders, de slachtoffers en de maatschappij, en intensieve opvolging’, zegt coördinator Stefaan Viaene. ‘Onze medewerkers hebben wekelijks contact met de jongeren en betrekken hun ouders erbij. Minstens drie keer is er een bijeenkomst met de jongeren en alle diensten, inclusief de sociale dienst van de jeugdrechtbank.