Nieuwe werkvormen niet langer taboe
Foto: Jobat.be
Uitzendwerk, freelance, zelfstandig, platform worker of slasher. Al deze werkvormen hebben twee zaken gemeen: ze zijn flexibel en ze zitten in de lift. “Was vroeger het contract van onbepaalde duur de norm, dan worden dat binnenkort deze flexibele statuten. Wij zitten op een kantelpunt”, stelt Geert Vaerenberg van Experis Belux.

Het was ManpowerGroup dat onlangs meer dan 9.500 werknemers uit 12 landen wereldwijd ondervroeg. De centrale vraag was de houding tegenover nieuwe werkvormen. En hieruit blijkt dat 87 procent van de respondenten open staat voor deze nieuwe vormen van werk in de volgende fase van hun loopbaan. “Een grote meerderheid is bereid in een nieuwe werkvorm te stappen”, bevestigt Geert Vaerenberg, director Experis Belux, onderdeel van ManpowerGroup. De extra verdienste, het versterken van de competenties én de persoonlijke vrijheid blijken voor de kandidaten de drie belangrijkste drijfveren. Al zijn er ook wel enkele nuances.

1. Nieuwe werkvormen zijn divers

Onder nieuwe werkvormen vallen onder meer uitzendwerk, freelance, deeltijds en zelfstandig. Niet altijd even nieuw dus, maar er blijken ook nieuwere vormen. Denk aan de ‘platform worker’, die zijn werk haalt uit platformen als taxidienst Uber en huisverhuurder Airbnb. Een ‘slasher’ houdt er dan weer diverse jobs op na. “Al deze nieuwe werkvormen hebben met elkaar gemeen dat de arbeidsvorm tijdelijk is”, stelt Geert Vaerenberg van Experis Belux. “Dit in tegenstelling tot de klassieke en vaste job van onbepaalde duur.”

2. Vooral jongeren aanhanger

De nieuwe vormen van flexibel werk hebben aanhangers bij alle generaties. Maar ze blijken vooral populair in landen met een sterke vertegenwoordiging van zogenaamde millennials (18 tot 24 jaar) of een minder rigide arbeidsregelgeving. Dat is bijvoorbeeld het geval in India (97 procent), Mexico (97 procent), de Verenigde Staten (94 procent) en het Verenigd Koninkrijk (90 procent), die telkens boven het algemene cijfer van 87 procent eindigen.

Landen met een strengere regelgeving staan minder open voor de nieuwe vormen, maar scoren alsnog hoog, zoals Frankrijk (81 procent), Duitsland (77 procent) en Nederland (77 procent).

3. België geen voorloper

België maakte geen deel uit van het onderzoek, maar is inzake nieuwe werkvormen zeker geen voorloper. “In ons land blijft het contract van onbepaalde duur nog altijd de norm en het hoofddoel van het gros van de werkzoekers. Stabiliteit en de bijhorende voordelen zijn daarbij de belangrijkste drijfveren”, erkent men bij ManpowerGroup. Toch ziet de groep ook in ons land dat de nieuwe generatie werkvormen vandaag niet langer taboe is bij de werknemers.

>

>

>