Izegems slachthuis naar Raad van State tegen sluiting
Meer dan twee maanden nadat slachthuis Verbist in Izegem gesloten werd op bevel van minister van Dierenwelzijn Ben Weyts (N-VA), ligt het bedrijf nog altijd stil. De zaakvoerder trekt nu naar de Raad van State om aan te tonen dat de minister een onterechte beslissing heeft genomen.

Na de choquerende beelden die Animal Rights in september verspreidde, moest slachthuis Verbist tijdelijk dicht van minister Weyts. Het slachthuis nam wat maatregelen en mocht daarna weer open, maar zonder succes. De grootste klanten zoals Colruyt en Delhaize haakten af en sindsdien wordt in het slachthuis niet meer geslacht.

 

Het slachthuis nam een reeks maatregelen, waaronder extra bewakingscamera’s, maar de klanten blijven weg. ‘Van de 120 werknemers komt er nog een dertigtal één keer per week naar hier’, zegt zaakvoerder Louis Verbist. ‘Gewoon om aanwezig te zijn, er wordt niet meer gewerkt. De rest van de week gaan ze stempelen. Er zijn er ook al die ergens anders werken.’

Het slachthuis hoopt andere klanten te vinden, onder andere in Frankrijk en Nederland. Via de Raad van State wil het nu ook bewijzen dat de sluiting door de minister onrechtvaardig was. ‘Ze zijn hier ’s morgens aangekomen op een dag dat er niet geslacht werd’, zegt Verbist. ‘Een paar uur later waren ze weg en kort daarna werd het slachthuis al gesloten. Dat kan toch niet? Ik werk al jaren met vier veeartsen in mijn bedrijf en ik had nooit noemenswaardige problemen.’

De huidige situatie kost Verbist veel geld, maar failliet is het bedrijf niet. Het is de bedoeling dat de 22-jarige kleinzoon van Verbist het slachthuis overneemt.

Minister Weyts herhaalde maandag dat de overtredingen van de dierenwelzijnswet duidelijk waren. 'Blijkbaar zijn veel van zijn ­klanten het daarmee eens, anders waren ze al lang opnieuw klant. Ik zal dan ook niet toegeven aan welke druk dan ook.'