'Ouders mogen geen schrik hebben van concentratieschool'
De Manadala, een concentratieschool in Gent.

Wie naar een concentratieschool gaat in het lager onderwijs, is op lange termijn niet slechter af dan een soortgelijke leerling op een gewone school.

Op basisschool GO! De Watertoren in Sint-Niklaas hebben ze de laatste tien jaar de speelplaats zien veranderen. Van veeleer typisch Vlaams en welgesteld naar een forse toeloop van leerlingen waarvan de thuistaal niet het Nederlands is of waar het gezin recht heeft op een schooltoelage. Toch maakt directrice Martine Valck zich sterk dat haar leerlingen het goed doen in het secundair onderwijs. Mede door de speciale aanpak van de school.

‘We hebben onder meer besloten te werken met aparte groepen voor bijvoorbeeld taal en wiskundige initiatie. In de derde kleuterklas zijn er zo vijf groepen, leerlingen komen in een groep op hun niveau terecht. De sterkste groep is het grootst. Hoe meer begeleiding ze nodig hebben, hoe kleiner de groep waarin ze terechtkomen.’

Zo slaagt de school erin ondanks heel wat leerlingen met een kansarme achtergrond toch kwaliteit te leveren. ‘Financieel is het niet makkelijk want we moeten extra lestijden aankopen uit het schoolbudget, het vergt veel inspanningen van de leerkrachten, maar het maakt ons voor kansrijke ouders even goed een aantrekkelijke school. We weerspiegelen de heterogeniteit van de maatschappij en we hebben goed onderwijs.’

Geen schrik

Een uitzondering is De Watertoren niet. Scholen waar veel leerlingen een lage sociaaleconomische status hebben of een allochtone achtergrond – gemakshalve samengebracht onder de noemer concentratiescholen – zijn even goed als alle andere scholen.

Tot die conclusie komt docente onderwijskunde Griet Vanwynsberghe (Vives) in een doctoraat dat ze voor het Centrum voor Onderwijseffectiviteit en -Evaluatie van de KU Leuven geschreven heeft. Ze is op zoek gegaan naar wat de effecten zijn van iemands keuze voor een welbepaalde basisschool, en welke gevolgen dat heeft op lange termijn. De carrières van meer dan tienduizend leerlingen zijn daarvoor nagegaan in speciale databanken.

‘Een leerling die naar een concentratieschool gaat, ervaart daar op lange termijn geen nadeel van, bijvoorbeeld als we kijken naar de prestatie op wiskunde of het studietraject dat ze afleggen in het secundair onderwijs.’

Dat hele categorieën leerlingen nog steeds slechter presteren in het secundair onderwijs ligt dus niet zozeer aan hun vroegere basisschool als wel aan andere factoren zoals hun sociaaleconomische achtergrond, klinkt het.

‘Uit dit onderzoek blijkt dat ouders geen schrik mogen hebben om voor een concentratieschool te kiezen’, aldus Vanwynsberghe.

Compenserende maatregelen

Verbaasd over de resultaten is professor sociologie Orhan Agirdag (KU Leuven) niet. Zes jaar geleden deed hij al onderzoek naar concentratiescholen. Toen luidde de conclusie dat er ook op korte termijn maar weinig negatieve gevolgen zijn.

‘Met die nuance wel dat de variatie onder concentratiescholen groter is: er zijn heel veel goede scholen maar ook meer slechte scholen. Dat maakt dat er gemiddeld gezien geen verschil is.’

Agirdag benadrukt dat de concentratiescholen vaak op meer middelen kunnen rekenen dan andere scholen om hun leerlingen te begeleiden. ‘Zonder die compenserende maatregelen zouden concentratiescholen het veel moeilijker hebben om gelijke tred te houden met andere scholen.’

‘We moeten erop blijven hameren dat scholen met veel minderheden niet noodzakelijk slechte scholen zijn’, aldus Agirdag.

Wiskunde Olympiade

Bij die uitspraak sluit School In Zicht zich volmondig aan. Deze organisatie brengt kansrijke ouders uit diverse buurten samen om hun kinderen samen in te schrijven in buurtscholen die een grote influx zien van kinderen met een kansarme achtergrond.

‘Veel ouders hebben nog het idee dat hun kinderen een taal- en leerachterstand zullen opbouwen als ze naar een gekleurde concentratieschool gaan. Uitgerekend die scholen scoren vaak goed op doorlichtingsverslagen voor taal en wiskunde: omdat ze zo specifiek inspelen op individuele noden van de kinderen dankzij de extra middelen die ze krijgen’, zegt projectmedewerker An-Katrien Hanselaer.

Ze vertelt over concentratiescholen die uitstekend scoren op de Vlaamse Wiskunde Olympiade, die experimenteren met de meest innovatieve vormen van onderwijs, die heel eigen methodes ontwikkeld hebben. ‘Maar dat komt vaak niet bij de autochtone ouders terecht. En ook kansrijke allochtone ouders zijn weigerachtig om hun kind naar concentratiescholen te sturen uit angst hun kind kansen voor toekomstige sociale mobiliteit te ontnemen.’