‘Brusselse politie was onprofessioneel’
Guy Vanhengel Foto: BELGA

Minister van Justitie Koen Geens is streng voor de Brusselse politie na de rellen van vorige week. ‘Dit is niet mijn eerste negatieve ervaring met de Brusselse politie’, zegt hij zondagochtend in De Zevende Dag op Eén. Brussels minister Guy Vanhengel (Open VLD) pleit voor eenheid van bevel over het hele Brusselse Gewest en zelfs daarbuiten.

Het rapport van de algemene inspectie van de politie na de rellen van vorige zaterdag was vernietigend: er zou geen plan bestaan om spontane rellen aan te pakken. Er stonden extra manschappen klaar, maar die werden niet opgeroepen. ‘Politiediensten en Binnenlandse Zaken moeten samenzitten, en zorgen dat we in de toekomst paraat staan om dergelijke rellen meteen de kop in te drukken.’

De discussie over een eengemaakte politiezone komt na de rellen weer naar boven. ‘Wij zijn daar al lang voorstander van’, zegt Vanhengel. ‘De federale regering kan dat opleggen als ze dat wil. De wetgeving laat dat toe.’ Al moet dat niet per sé een eengemaakte politiezone zijn. ‘Hoe je dat praktisch doet, valt te bekijken: met een eengemaakte politiezone, of met eenheid van bevel over zes politiezones, valt te bespreken.’

‘Ik ga akkoord’, reageert minister van Justitie Koen Geens. ‘De reservecapaciteit was snel daar, maar op vlak van commando was men niet op elkaar afgestemd. De politie van Brussel Stad had het initiatief moeten nemen.’

Geens wil geen fetisj maken van de eengemaakte politiezone, ‘maar dit geeft wel te denken’. ‘Er is geen stad waar meer geïnvesteerd wordt in de politie. Maar er moet professioneel gewerkt worden.’

Moeten er mensen verantwoordelijk worden gesteld? ‘Ik vind het rapport zeer confronterend. De volgende dagen zullen we er dieper op in gaan. Maar dit is niet mijn eerste negatieve ervaring met de politie in Brussel.’

Vanhengel roept wel op tot bezadigdheid. ‘Brussel komt soms over als een rommelig zootje’, aldus Vanhengel. ‘De politici dragen daar soms ook aan bij door in alle richtingen te kwetteren, in plaats van in hun kantoor te overleggen en de beslissingen te nemen die genomen moeten worden.’