Colruyt neemt heft in eigen handen na wantoestanden in slachthuizen
Foto: Kristof Vadino
De onthullingen van wantoestanden in de vleessector zijn ook bij Colruyt hard aangekomen. De warenhuisketen laat slachthuizen nu zelf onaangekondigd doorlichten.

Wantoestanden in het varkensslachthuis in Tielt, het runderslachthuis in Izegem en onlangs nog in de scharrelstallen van een eierproducent uit Wingene. Ook winkelketen Colruyt werd met de neus op de feiten gedrukt en kreeg vragen van verontruste klanten. De retailer legt zijn leveranciers daarom nu zelf specifieke maatregelen rond dierenwelzijn op en laat de slachthuizen zelf controleren.

‘Sinds eind oktober laten we de 25 slachthuizen waarmee we samenwerken onaangekondigd doorlichten door een extern bureau’, zegt Stefan Goet-haert, directeur van de productieafdeling Colruyt Group Fine Food. ‘Dat gebeurt in slachthuizen voor varkens en runderen, maar bijvoorbeeld ook voor pluimvee en konijnen. Onze eigen aankopers zijn daarvoor in gesprek gegaan met alle betrokken partners.’

Transparantie

De werking van de Dienst Dierenwelzijn en het Federaal Voedselagentschap (FAVV) lag na de recente onthullingen onder vuur. Verschillende betrokkenen, onder wie de dierenartsen met opdracht, klaagden de werkomstandigheden in slachthuizen aan.

Colruyt past nu zelf een mouw aan die problemen. ‘We durven de hand in eigen boezem te steken’, zegt Goethaert. ‘In 2016 werden in onze opdracht meer dan twintigduizend runderen en vierhonderdduizend varkens geslacht. Toch zijn de problemen ons ontgaan, want tot nu toe hebben we vooral gefocust op de kwaliteitseisen tijdens de verwerking van het vlees. Nochtans kunnen wij op zulke aantallen op het vlak van dierenwelzijn het verschil maken. De Dienst Dierenwelzijn en het FAVV moeten rapporten alleen met de betrokken bedrijven delen. Wij kenden daarvan de resultaten niet. Daarom konden we er ook niet op reageren. Transparantie zou toch moeten inhouden dat de beschikbare informatie zo veel mogelijk gedeeld wordt.’

De maatregel die Colruyt nu neemt, komt boven op het convenant dat Vlaams minister van Dierenwelzijn Ben Weyts (N-VA) afsloot met de sectorfederatie Febev. Maar dat legde een bijkomend probleem bloot: het convenant geldt alleen in Vlaanderen.

‘We hebben inderdaad ook Brusselse en Waalse partners’, zegt Goethaert. ‘De facto zouden zij zich niet aan het convenant moeten houden. Wij verwachten dat zij dezelfde voorwaarden als de Vlaamse slachthuizen naleven. Ook zij zullen dus kritische punten in het slachtproces onder cameratoezicht moeten plaatsen en een audit van de Thomas More hogeschool toestaan. De zogenaamde Animal Welfare Officer (AWO) moet verplicht op de werkvloer aanwezig zijn en in direct contact staan met het management. Zo willen we vermijden dat die persoon te ver van de realiteit op de werkvloer staat.’

Toch is het volgens Colruyt niet de bedoeling om de rol van de wetgevers of inspectiediensten over te nemen. ‘We kunnen en moeten zelf een aantal stappen zetten, maar we kunnen pas een verschil maken als we dat samen doen’, zegt Goethaert.

Stap voor stap

Volgens Colruyt reageerden de slachthuizen positief op het nieuwe initiatief. ‘Er zijn altijd bedrijven die het beter doen dan andere. Nu kan iedereen van elkaar leren en kunnen we de algehele kwaliteit verbeteren. Voor de sector zelf is het belangrijk dat er weer een positieve vibe komt en de consument weer vertrouwen krijgt. Ook zij weten dat je alleen kwaliteitsvol vlees krijgt als in de hele keten respectvol met dieren omgegaan wordt.’ Want ook de retailer ziet een dalende vleesconsumptie.

Het is niet de eerste keer dat Colruyt initiatieven neemt om respectvol om te gaan met dieren. Het bedrijf was bijvoorbeeld een voortrekker in het bannen van eieren uit legbatterijen en koos voor vaccinaties bij mannelijke varkens als alternatief voor castratie.