BMX’ster Elke Vanhoof is op haar hoede voor opkomende generatie
Foto: BELGA

BMX’ster Elke Vanhoof werd in 2017 geplaagd door blessures. Toch slaagde de nummer zes van de Spelen in Rio er nog in om zilver te behalen in de EK-finale, op het WK strandde ze in de kwartfinales.

“Begin mei heb ik de gewrichtsband in mijn linkerduim gescheurd. Hierdoor heb ik zo goed als het hele seizoen gemist. Dat was mentaal heel zwaar, want mijn testen van vorige winter waren beter dan die van voor de Spelen in Rio”, zegt Vanhoof op de Team Belgium-stage in Lanzarote. “Het deed pijn om forfait te moeten geven voor de eerste WB-wedstrijd in België in Zolder. Twee weken voor het EK mocht ik opnieuw fietsen, waarna ik nog eens een verrekking aan de lies opliep. Zonder een goede voorbereiding en puur op motivatie pakte ik uiteindelijk nog zilver in Bordeaux.”

Na het WK van volgend jaar tellen de verworven punten mee voor Tokio 2020. “Dan wil ik er echt staan. Dit najaar heb ik het wat kalmer aan gedaan”, aldus de Kempense. “Ik denk dat er nog veel mogelijk is, al neemt de concurrentie toe. De talentvolle junioren van nu komen er in Tokio bij. Zij zijn opgegroeid met olympische parcours met een startberg van acht meter, terwijl mijn generatie daar is ingesmeten. Technisch zullen zij ons normaal gezien inhalen.”

Vanhoof heeft het statuut topsport bij Defensie. “Zonder dit statuut zou topsport voor mij bijzonder moeilijk zijn. Een voorwaarde om op die manier te kunnen voortdoen, was een notering in de top acht op een Wereldbekermanche. Dat is me door mijn blessureleed dit jaar niet gelukt, maar door mijn tweede plaats op het EK heb ik gelukkig toch een groene kaart gekregen”, besluit Vanhoof.