Nieuw bewijsmateriaal voor theorie Einstein
Foto: AP

Wetenschappers hebben opnieuw een zwaartekrachtgolf waargenomen die terug te leiden is naar het samensmelten van twee zwarte gaten. Dat heeft het team rond de Ligo-detector bekendgemaakt.

Het bestaan van gravitatiegolven was in 1915 door Albert Einstein geopperd in het kader van zijn relativiteitstheorie. Het heelal bestaat uit ruimte en tijd, en dat vormt één geheel. Na een heftige gebeurtenis kan die ‘ruimtetijd’ trillen.

De schokgolven, de zwaartekrachtgolven, gaan dan door het heelal als rimpelingen na een steen in een vijver. Bij zo’n rimpeling rekt de ruimte iets uit of krimpt hij iets. Hoe groter de massa en hoe sneller de beweging van een massarijk object, hoe hoger de zwaartekrachtgolf.

Dat Einstein het opnieuw bij het rechte eind had, bleek op 14 september 2015. Toen zijn de eerste zwaartekrachtgolven, ontstaan na de samensmelting van twee zwarte gaten, gemeten. De waarneming leverde vorige maand de Nobelprijs voor Fysica op. Topkosmoloog Thomas Hertog legde toen op de redactie van De Standaard uit waarom die prijs meer dan terecht was.

Miljoen lichtjaar weg

Op 8 juni om 04:01 uur Belgische tijd was het een zesde keer raak: de Ligo in de VS stootte op GW170608. Het is een zwaartekrachtgolf ontstaan door het samensmelten van twee relatief lichte zwarte gaten, van 7 en 12 keer de massa van de zon, op een afstand van zo’n duizend miljoen lichtjaar van ons.

Het nieuwe zwart gat heeft 18 keer de massa van onze ster. Dat impliceert dat 1 zonsmassa aan materiaal tijdens de versmelting is uitgezonden als zwaartekrachtgolven, legt astronomie.nl uit.

Op vijf waarnemingen van gravitatiegolven gaat het om het lichtste binaire systeem van zwarte gaten. De vijfde, vorige maand, aangekondigde detectie was terug te leiden tot een fusie van neutronensterren.