Journaliste van De Standaard sterft
in Brussels verkeer

8 november 2017Karel Verhoeven, hoofdredacteur De Standaard

Journaliste Stephanie Verbraekel (28) is dinsdagavond omgekomen. Toen ze de straat overstak vlak bij haar woning in Schaarbeek, is ze opgeschept door een auto. Er kon geen hulp meer baten, ze stierf ter plekke.

Het ongeval gebeurde om 23.30 uur aan de Haachtsesteenweg. De auto remde niet, het parket onderzoekt of de bestuurder te snel reed, zoals getuigen aangaven.

Bijna elke dag kunnen we dit soort berichten in de krant publiceren. Nu overkomt het een van de onzen. Het voelt tragisch en onrechtvaardig, ook om wie Stephanie was, zo uitzonderlijk getalenteerd en genereus.

De lezers van De Standaard kennen Stephanie van haar grafische werk, haar collages en illustraties, uitgepuurd, met een licht absurde toets maar journalistiek helder. Ze gaf het Weekblad en de weekend- en de dagkranten vorm en maakte covers. Wie de digitale lay-out van de krant leest, leest ze via het kleurenpalet en de interface die zij vormgaf.

Dat spreekt voor haar bijzondere talent. Ze werkte nog maar drie jaar voor de krant, en toch leidde ze redesigns in goede banen, tekende ze en maakte ze pagina's. Ze hield van snel werken, in volle overgave. Ze had een uitgesproken idee over journalistiek, over wat de plicht en de opdracht is van een krant en hoe grafische vormgeving dat helpt te realiseren. Ze nam de krant op sleeptouw.

Stephanie was net verhuisd naar een eigen appartement in Schaarbeek. Ze zocht naar een manier om zich thuis te voelen in een chaotische buurt. Ze had nog een lang, beloftevol leven voor zich. De redactie van De Standaard blijft verweesd achter bij dit verlies en leeft mee met het onpeilbare verdriet van haar familie en naasten.

Karel Verhoeven
Hoofdredacteur De Standaard

Filip Van Ongevalle, chef Cultuur, selecteerde enkele van haar illustraties en covers voor DS2 en dS Weekblad


Dat ze hoopte dat ik deze illustratie goed zou vinden, zei ze vorige week. 'Want het was echt iets voor mij.' En inderdaad. De manier waarop ze haast ongemerkt tablets en laptops in dit schilderij had gemoffeld vond ik tegelijk subtiel, grappig en mooi. 'Je zou het op posterformaat aan de muur moeten kunnen hangen', antwoordde ik. Ze lachte het weg door op te merken dat de resolutie niet groot genoeg was. Het was een van de weinige keren dat ze zelf tevreden was over een illustratie. Meestal ging ik haar zeggen hoe tevreden ik erover was. En antwoordde zij: ‘mwoah’.

Dit is Stephanies eerste collage voor DS2, en wellicht ook voor De Standaard. Of toch de eerste waarvan ik dacht: Yes, die kan het.
We hadden om half tien nog altijd geen goed beeld voor de cover. Toen zag ik in een eierschaaltje of wat het ook moge geweest zijn plots de structuur van het Atomium. Daarna zocht ik een oud beeld van het Atomium en is Stephanie, na tien uur al, begonnen er een mooie illustratie van te compileren.
Dat ziet er makkelijker uit dan het was. De tijdsdruk was echt hoog, en ze had het systeem nog niet goed in de vingers. Maar toen lag ie daar: deze cover.

Aan deze cover heeft ze geen tien minuten gewerkt. Nee, ik schat zeven.
We hadden geen cover voor DS2. Stephanie zat op dS Weekblad die dag. Ze had eigenlijk geen tijd maar zei: 'Ik zal het wel doen'. Ik zocht voor haar een man en een bierbeker. Zij plakte er nog een recyclagelogo achter. En er was een cover.

Hoe vaak kan je een nieuwe illustratie blijven verzinnen bij beleidsmatige stukken over de VRT? Heel vaak. En doorgaans met de VRT-toren in een hoofdrol. Hier waren we begonnen met een tank die richting toren oprukte. Maar in de uiteindelijke illustratie is die tank bijna een figurant geworden. Op de voorgrond plakte Stephanie een tekening uit een oud Amerikaans archief en ze liet ook nog een vliegtuig rond de toren cirkelen. Wat begon als een ideetje van dertien in een dozijn, werd zo toch een mooi beeld, verrijkt met een paar extra invalshoeken. En ook al kwamen de illustraties van heel verschillende bronnen, de collage zag er wel uit als een geheel. En ze maakte ze zoals zo vaak tussen haar gewone werk door.

Ook deze cover draagt haar stempel: een knipoog naar de sixties, gecombineerd met een beeld van nu. Ze had een archief met oude tijdschriften, maar meestal surfte ze rond op het net. Waarna ze foto’s en tekeningen knipte en verknipte om er iets van te maken dat helemaal haar stempel droeg.

Gisteren zag ik Stephanie in de verte naar de uitgang stappen terwijl ik met iemand stond te praten. Shit, dacht ik: ze is weg en ik heb haar nog nodig. Dat het de laatste keer was dat ik haar zou zien, besefte ik toen niet. En nu nog steeds niet. Ze is weg. En ik heb haar nog nodig.