Private investeringsbedrijven, doorgaans omschreven met hun Engelse term private equity, vervelden het laatste decennium van kortetermijngedreven winstmachines naar meer waardegedreven partners. Dat maakt ze in bepaalde omstandigheden tot geschikte partijen voor Belgische familiebedrijven. Het is tijd dat familiebedrijven het gesprek aangaan met private equity.
Dossier aangeboden door KPMG.

KORT

  • Familiebedrijven gaan minder vaak dan andere Belgische bedrijven in zee met private equity
  • Zeer grote diversiteit aan private equity op de markt
  • Bij behoefte aan extern kapitaal en bij opvolgingsproblemen kan private equity een oplossing bieden
  • Met private equity kunt u een grote sprong voorwaarts realiseren
  • Private equity biedt ook toegang tot een internationaal netwerk van experts

Enkele krantenkoppen van de afgelopen maanden: "Buitenland wil Belgische kmo's”, "Belgische kmo’s steeds vaker in buitenlandse handen.” Bij de afdeling Deal Advisory van KPMG valt een belangrijke nuance te noteren: er is een mismatch tussen de sterke interesse van private equity in familiebedrijven en de bereidheid van deze laatste om hierop in te gaan. Daar zijn een aantal goede redenen voor, maar ook een aantal minder goede. Tijd om een paar vooroordelen over private equity uit de weg te ruimen.

De reisleider, de oom en de klusjesman
De afdeling Deal Advisory van KPMG begeleidt grote zakelijke transacties, zoals de aankoop en verkoop van bedrijven, fusies, afsplitsingen en allerlei varianten, zoals managementbuy-outs, het verwerven van minder- of meerderheidsparticipaties, beursgangen enzovoort. Drie experts zitten rond de tafel: Jorn De Neve, Hoofd Deal Advisory, Yann Dekeyser, Hoofd Private Equity, en Peter Claes, Director Integration and Separation. Hoe verdelen zij de taken binnen het team van Mergers & Acquisitions? Jorn De Neve: “Beschouw mij maar als de reisleider, die de reis die een overname of fusie altijd is, begeleidt van het eerste voorzichtige aftasten tot het beoogde scenario: een geslaagd huwelijk waarin het oorspronkelijke goede gevoel behouden blijft.” Yann Dekeyser verkiest een metafoor uit de bouwsector: “Ik ben de oom die langskomt als iemand in de familie een huis op het oog heeft. Ik kijk welke verborgen kosten er aan zijn en welk potentieel er is met de juiste investeringen.” Daarna is het de beurt aan Peter Claes: “Ik ben de klusjesman die de verbouwing aanpakt, de oude muren sloopt en van het oude pand een mooie nieuwe woning probeert te maken.”

Koudwatervrees
Terug naar de voorzichtige vrijage aan het begin van een mogelijke bedrijfsovername of instap in het kapitaal. Waarom houden veel familiebedrijven de boot af op een moment dat private equity bereid is een mooie prijs te betalen? Jorn De Neve: “Er zijn veel verschillende familiebedrijven, in allerlei vormen en niveaus van ontwikkeling. Maar het klopt dat als je naar de cijfers kijkt, familiebedrijven minder vaak dan andere Belgische bedrijven in zee gaan met private equity. Waarom? Om te beginnen is er vaak geen acute behoefte aan extern kapitaal. De meeste families investeren hun geld liever in het eigen bedrijf. Als ze een aantrekkelijk rendement kunnen halen in hun bedrijf dat ze door en door kennen, waarom zouden ze hun geld dan toevertrouwen aan een private banker die het zal investeren in bedrijven en fondsen die ze niet kennen? Een andere reden is dat familiale ondernemers over het algemeen de voorkeur geven aan een goed voorbereide familiale opvolging dan externe investeerders toe te laten.”

Met andere woorden: als er wel behoefte is aan extern kapitaal, als niet alle familieleden op dezelfde golflengte zitten of als er zich een opvolgingsprobleem stelt, kan private equity mogelijk wel een oplossing bieden. Dat het ook dan zelden tot deals of zelfs maar vrijages komt, is mede te wijten aan een bepaalde mindset en aan vooroordelen over private equity, vindt Yann Dekeyser. “Vroeger was private equity: een bedrijf kopen, andere governance installeren, er wat schuld aan toevoegen en na enkele jaren aan een veelvoud van de prijs verkopen. Maar de meeste familiebedrijven hebben ondertussen een degelijke governance, ze kijken vooruit en zijn internationale spelers geworden. Banken bieden genoeg groeifinanciering. In deze omstandigheden heeft private equity de laatste jaren een grondige transformatie doorgemaakt. Als je de familiy offices erbij telt, zijn er vandaag wel honderd fondsen actief op de Belgische markt: heel veel kleuren, geuren en smaken die een persoonlijke fit kunnen bieden. Als je als bedrijf tevreden bent met een bescheiden jaarlijkse groei, is private equity niets voor jou. Als je echter klaar bent voor een grote sprong voorwaarts, kan private equity een goede bondgenoot zijn die bereid is om te investeren, risico te nemen, knopen door te hakken en nieuwe territoria te veroveren.”

Matchmaking
Private equity is ook minder zwart-wit geworden, zegt Peter Claes. “Je hoeft als familie niet altijd onmiddellijk de meerderheid op te geven, private equity kan ook in fases of in een minderheidspositie instappen. Soms is de instap van private equity slechts een tijdelijke fase. Naast financiële vuurkracht, biedt private equity in vele gevallen een internationaal netwerk van experts die je op veel domeinen advies kunnen geven. Vaak wordt de bedrijfsleider aan boord gehouden, soms in een overgangsfase, maar vaak ook om de beoogde groei gedeeltelijk mee te realiseren. Private equity kan ook gebruikt worden door het management om hun eigen bedrijf over te nemen, met andere woorden om een managementbuy-out te realiseren. Het financieel engagement van het management creëert zo een extra stimulans om beter te presteren.”

“Nu er meer geld dan ooit aanwezig is bij de vele private equity-bedrijven en deze vaak een uiteenlopend profiel hebben, kunnen familiale bedrijven daar hun voordeel mee doen om de beste match te vinden. Het gaat immers ook om een menselijke fit naast de financiering zelf”, besluit Jorn De Neve. “En ook wanneer het discreet elkaar aftasten tot niets leidt, kan het heel inspirerend zijn om met private equity te praten en hun visie op je bedrijf en je sector te leren kennen.”