Deuk in groene imago van grote elektrische wagen
Foto: belga

Waarmee is de strijd tegen de klimaatopwarming het meest gebaat? Elektrisch rijden met de luxe sedan van Tesla of zich verplaatsen met een kleine Japanse benzineauto van Mitsubishi? Dat laatste, blijkt uit rekenwerk aan het gereputeerde Massachusetts Institute of Technology (MIT).

Of de elektrische wagen CO2-vriendelijker is dan de klassieke diesel- en benzinewagen, is geregeld voer voor controverse. Het Trancik Lab van MIT heeft titanenwerk verricht om met de cijfers in de hand aan te geven hoe het nu precies zit. Uitgangspunt was om uit te vissen hoeveel broeikasgassen er uitgestoten worden door de wagens. Van bij het prille begin, wanneer de auto-onderdelen worden gemaakt, tot wanneer de auto rijp is voor de schroothoop en gerecycleerd moet worden.

De conclusie is dat grotere elektrische voertuigen wel degelijk een grotere CO2-voetafdruk kunnen hebben dan een kleine klassieke benzinewagen. Daarmee bevestigt de Britse zakenkrant The Financial Times eerdere bevindingen, van een Noors onderzoek vorig jaar.

Broeikasgassen 

Die vaststelling vloekt met de huidige beleidsaanpak waarbij overheden de auto-industrie aanzetten om zo snel mogelijk werk te maken van de overgang naar elektrische wagens. Zo wordt onder meer de aankoop van die elektrische wagens fors gesubsidieerd, ongeacht de grootte van de wagen.

De studie raakt bekend in de aanloop van een Europese beslissing over voorstellen om elektrisch rijden te stimuleren. Dit kadert in de aanpak om de broeikasgassen in de Europese Unie tegen 2030 met 40 procent te verlagen. Vanmorgen bleek uit nieuwe cijfers van de Europese automobielorganisatie ACEA dat de verkoop van volledig elektrisch aangedreven auto’s in de Europese Unie in het derde kwartaal opnieuw flink is gestegen. De verkoop ging met bijna 61 procent omhoog tot 23.841 auto’s op jaarbasis. In België was de groei met 21 procent minder fors, tot 560 wagens. In Nederland was er zelfs sprake van een ruime verdubbeling van de verkoop van volledig elektrisch aangedreven auto’s, van 1.018 vorig jaar naar 2.413 stuks.

Volgens The Financial Times toont de studie van Trancik Lab aan dat een bijsturing van de huidige aanpak van de overheden zich opdringt. Het al dan niet ondersteunen van elektrische auto’s zou gekoppeld worden aan de CO2-voetafdruk gedurende de hele levenscyclus van de auto.

Het onderzoek leert verder dat de CO2-voetafdruk van een elektrische wagen wel positiever uitvalt als je hem vergelijkt met een klassieke wagen met een verbrandingsmotor uit dezelfde gewichtsklasse.

Hoe het komt dat grote elektrische wagens slechter scoren dan kleine benzinewagens?

De grote pijnpunten zijn de materialen waaruit de batterijen worden gemaakt, de herkomst van de elektriciteit en de veel moeilijker recyclage van de onderdelen achteraf. De resultaten van het onderzoek van Trancik Lab roepen in elk geval vragen op over de huidige zero emission-marketing rond elektrische auto’s. De productie van de lithiumbatterijen vergt immers zeer veel energie, en de CO2-voetafdruk van een oplaadbeurt hangt sterk af van de herkomst van de stroom.

Bijkomende vaststelling is dat de huidige trend bij de automobielconstructeurs om in te zetten op elektrische wagens met grotere batterijen, afbreuk doet aan het groene imago van elektrische auto's. Bedoeling van die grotere batterijen is de actieradius van de wagens te vergroten, maar de meeste automobilisten leggen vandaag minder dan 100 kilometer per dag af.

De Belgische professor Rik De Doncker, die doceert aan de universiteit in het Duitse Aken en al een hele tijd pleitbezorger is van elektrisch rijden, wees er in een interview met deze krant (DS 4 november) ook al op dat de autobouwers zich veel te veel toespitsen op het vergroten van de actieradius.