Parket-generaal cassatie vraagt verbreking arrest Omega Diamonds
Foto: Belga

Het parket-generaal bij het Hof van Cassatie is van oordeel dat het arrest van het Antwerpse hof van beroep over de miljardenclaim van Douane en Accijnzen tegen het diamantbedrijf Omega Diamonds en elf medebeklaagden verbroken moet worden.

Omega Diamonds voerde tussen 2003 en 2008 364 zendingen ruwe diamant uit Zwitserland en de Verenigde Arabische Emiraten in. Volgens Douane en Accijnzen had het diamantbedrijf de invoervergunningen daarvoor verkregen op basis van onvolledige en onjuiste informatie over de oorsprong, waarde en leverancier van de diamanten, wat door Omega Diamonds werd betwist.

Douane en Accijnzen had Omega Diamonds, oprichters Sylvain G. en Arye L., vertrouwenspersoon Marc M., financiële experts Andy B. en Yves V.D.V., de firma Tulip Diamonds in Dubai en zaakvoerders van firma’s uit Genève en Dubai gedagvaard en vorderde liefst 4,6 miljard euro: de tegenwaarde van de ingevoerde diamanten plus dan nog een boete van 2,29 miljard euro.

Zowel de correctionele rechtbank als het hof van beroep oordeelden echter dat de claim afgewezen moest worden. De invoer van ruwe diamant wordt in België immers gereglementeerd door een stelsel van vergunningen, wat de handel bemoeilijkt. Het hof van beroep oordeelde dat die Belgische regelgeving in strijd is met het Europees recht, omdat dergelijke handelsbelemmerende maatregelen behoren tot de exclusieve bevoegdheid van de Europese Unie.

Volgens het parket-generaal bij het Hof van Cassatie heeft het hof van beroep bij de beoordeling van zijn bevoegdheid geweigerd een belangrijk proces-verbaal te bestuderen en heeft het daarom een te beperkt onderzoek gevoerd van de feiten.

De advocaten van Omega Diamonds en de andere verdachten vroegen en kregen uitstel om een schriftelijk antwoord te formuleren op de vordering van het parket-generaal. Zij komen volgende week, 14 november, aan het woord.

De douanezaak staat los van de minnelijke schikking van 160 miljoen euro die Omega Diamonds afsloot met het Antwerpse parket en de Bijzondere Belastinginspectie voor het ontduiken van vennootschapsbelasting. Ook de douaneadministratie had voor een minnelijke schikking kunnen opteren, maar koos ervoor om de zaak voor de rechtbank te brengen.