Ocad pakt wildgroei deradicaliseringsmarkt aan
Foto: BDW
Vandaag raakt nauwelijks nog iemand wijs uit de wirwar aan deradicaliseringsprojecten. Om de wildgroei aan te pakken, heeft het Ocad in eigen huis een ‘kenniscentrum’ opgericht.

‘Iedereen wil zijn verantwoordelijkheid nemen, maar het is zaak om alle neuzen in dezelfde richting te krijgen. De programma’s schieten als paddenstoelen uit de grond. Daar ­zitten ook lege dozen en puur commerciële initiatieven bij’, stelt Paul Van Tigchelt, de topman van het Coördinatieorgaan voor de Dreigingsanalyse (Ocad), vast. 

De bedoeling van het kenniscentrum is de deradicaliseringsmarkt in kaart te brengen, overleg te faciliteren en advies te verlenen. Meer dan een filter wil het gloednieuwe departement Countering Violent Extremism (CVE) een expertise- en referentiecentrum zijn waar bijvoorbeeld lokale besturen terechtkunnen als ze overwegen in zee te gaan met een bepaalde aanbieder. 

Hét deradicaliseringsprogramma bestaat niet, aldus Van Tigchelt. ‘Wat we wél zeker weten, is dat re-integreren maatwerk is.’ De oprichting van een nationaal centrum waar elke geradicaliseerde eenzelfde traject moet volgen, een model waar Frankrijk mee geëxperimenteerd heeft, werkt volgens hem niet in België. De Ocad-baas is ook scherp voor een zogenaamd ‘deradicaliseringsattest’, dat sommige experts vandaag uitschrijven. ‘Die toer gaan we niet op.’ 

Wie zijn de kwakzalvers, welke projecten zijn wél waardevol? Dat is de hamvraag. Het Ocad zal zelf geen rechter spelen, maar pleit wel  voor de invoering van minimumstandaarden. ‘Coördinatie is noodzakelijk, kwaliteitsnormen zijn wenselijk’, luidt het.