‘Het is onze verdomde plicht om toe te zien op de uitvoering van de rapporten’
De voorzitter met zijn eindrapport. Foto: belga

Ook in het laatste rapport van de commissie 22/3, over radicalisme, worden politieke gevoeligheden behoedzaam omzeild. De kamerbrede consensus behouden was voor voorzitter Patrick Dewael (Open VLD) een obsessie, zo geeft hij toe. ‘Toch hebben we een meer dan duidelijk signaal gegeven aan Saudi-Arabië.’

Vers in het geheugen zit allicht nog de passage van de directeur en de imam van de Grote Moskee in de parlementaire onderzoekscommissie 22/3. De twee topmannen van ’s lands bekendste islamitische gebedshuis lieten de commissieleden verbijsterd achter. Dat de commissie in haar eindrapport aanbeveelt om de concessie van de Grote Moskee stop te zetten en er een pluralistische ontmoetingsruimte voor álle Belgische moslims van te maken, verbaast dus niet.

Maar de commissie deed veel meer dan dat. Het voorbije anderhalf jaar onderzocht ze de hulpverlening vlak na de terroristische aanslagen, de volledige veiligheidsarchitectuur in dit land, de steun aan terreurslachtoffers én de voedingsbodem voor gewelddadig radicalisme.

‘Het is onze verdomde plicht om toe te zien op de uitvoering van de rapporten’
Foto: Photo News

Voorzitter Patrick Dewael (Open VLD) verhult niet dat hij trots is op het geheel. Opvallend: hij krijgt lof van meerderheid en oppositie.

Bij de voorstelling van het vorige tussentijds rapport strooide het Samusocial-schandaal roet in het eten, deze keer overschaduwt de Bende van Nijvel uw moment de gloire. Spijtig?

Dewael: ‘Maar neen, je hebt altijd actualiteit van de dag, daar kun je niet omheen. Ik ben er vast van overtuigd dat we baanbrekende teksten en voorstellen hebben neergelegd, het belang ervan zal nog wel vaker aan bod komen.’

Het duurde en duurde maar, hebt u nooit het gevoel gehad dat het een processie van Echternach was?

‘Dat is één stap vooruit en twee achteruit, en wij gingen wel degelijk vooruit. Kijk, we hebben van meetaf aan gezegd dat de snelheid van onze werkzaamheden ondergeschikt was aan de grondigheid. We hebben het onszelf niet gemakkelijk gemaakt: alleen al over het laatste luik, radicalisme, zou je een aparte onderzoekscommissie kunnen oprichten. Toch was een gedetailleerde reconstructie van wat zich voor, tijdens en na de aanslagen allemaal heeft afgespeeld noodzakelijk. Alleen door de chronologie minuut per minuut te bekijken - voor El Bakraoui, voor Abdeslam, voor elke dader apart - kun je uiteindelijk zien waar de zwakke schakels zitten.’‘Eén van de zaken waardoor er zand in de radertjes kwam te zitten, was de eilandvorming binnen de veiligheidsarchitectuur. Er was onvoldoende synergie tussen de diensten en dat was niet eens altijd hun eigen verantwoordelijkheid. We hebben iedereen de kans gegeven om zijn verhaal te vertellen, en uit die getuigenissen blijkt dat velen het beste van zichzelf hebben gegeven. Voor hen werkte de commissie ook wel louterend.’.

Is het ook voor de slachtoffers louterend geweest?

‘De zitting met de slachtoffers was zonder twijfel de moeilijkste. Zo’n dag kruipt in de kleren. De paradox waar we mee geconfronteerd werden was dat er weinig aan te merken viel op de hulpverlening vlak na de aanslagen, maar dat kan niet gezegd worden over de steun aan de slachtoffers de maanden nadien.’ ‘We weten dat ze van mening verschillen over het statuut dat uiteindelijk uitgewerkt is, maar ik denk dat de aanbevelingen in het algemeen beantwoorden aan hun verwachtingen. We hebben de aanpak een stuk menselijker gemaakt.’

Als de aanbevelingen allemaal uitgevoerd worden, natuurlijk.

‘Na zo’n rapport is de verleiding groot om over te gaan tot de orde van de dag, maar dat mogen we niet toestaan. Deze week nog bleek dat er cruciale aanbevelingen uit het rapport van de Bendecommissie II, waarvan criminoloog Cyrille Fijnaut één van de vaste experts was, nooit zijn uitgevoerd.’‘Ik heb het natuurlijk over een regeling voor spijtoptanten, die nu pas in de schoot van de regering wordt uitgewerkt. Ik zeg: als we als parlement een grondig onderzoek doen naar zo’n ingrijpende gebeurtenis, is het de verdomde plicht van dat parlement om toe te zien op de opvolging.’

Er komt een opvolgingscommissie, heeft die dezelfde samenstelling?

‘Ja.’

Ook in het laatste rapport over radicalisme valt het op hoe de commissie politiek gevoelige klippen handig omzeilt, of nog: uit de weg gaat.

‘Ik heb hard gewerkt om de kamerbrede consensus te behouden en het politieke spel te overstijgen. Het was niet altijd gemakkelijk, want de dagelijkse politiek was nooit veraf. Maar ik geef toe: het was soms een obsessie. Waarom? Eenparigheid is een huizenhoog signaal voor de slachtoffers, de hele samenleving én de regering. Dat maakt natuurlijk dat sommige zaken minder scherp verwoord zijn dan had gekund.‘Twee: ik wilde ook echt dat we naar de waarheid zouden graven. A charge en à décharge. Die waarheid is vaak genuanceerd, maar ook de nuancering heeft haar rechten.’

Welk moment was voor u de grootste eyeopener?

‘Ik grijp terug naar het meest symbolische dossier: de Grote Moskee. Die droeg werkelijk álles in zich waartegen we wilden strijden. Met onze aanbevelingen willen we daar het roer helemaal omgooien.’

In de moslimgemeenschappen klinkt kritiek op die ‘te makkelijke bliksemafleider’. Salafisme is overal aanwezig, niet enkel in de Grote Moskee.

‘Natuurlijk, en dat schrijven wij ook in onze aanbevelingen. We hebben het niet alleen over de Grote Moskee, maar ook over de erkenningsvoorwaarde in het algemeen. Niet-erkende garagemoskeeën zijn evengoed broeihaarden van radicalisme, vandaar dat we zoveel belang hechten aan de erkenning. We willen de moslims op die manier de hand reiken en zeggen tegelijkertijd: bij die handdruk horen rechten en plichten. Wie erkend wil worden, zal er iets voor moeten doen. Criteria moeten strenger, maar de gewesten moeten moskeeën die voldoen dan ook wel erkennen. De Moslimexecutieve moet op haar beurt representatiever worden.’

Dat is een boodschap voor Vlaams minister Homans (N-VA), nietwaar?

‘Voor elke betrokken minister. We moeten als overheid ook dúrven erkennen als we er iets aan willen doen, en niet zwichten voor de druk van het Vlaams Belang en extreemrechts.’

Over de voedingsbodem voor radicalisme hebben we in de commissie de meest uiteenlopende theorieën gehoord. Waar hebben we gefaald in het verleden?

‘Ik blik liever vooruit dan terug: vandaag wordt de voedingsbodem in elk geval niet meer onderschat. We hebben paal en perk gesteld aan haatpredikers en leggen imams op een opleiding in België te volgen en één van de landstalen te kennen. Maar dé uitdaging zijn natuurlijk de sociale media, waar haatdragende en extremistische boodschappen actief verspreid worden. Als Facebook naakt ontdekt op haar netwerk is het kot te klein, maar het het haatzaaiend discours dat ronselaars hanteren is eigenlijk minstens even erg. Toch zijn de mensen bij de politie die dat kunnen decoderen, die Arabisch verstaan en/of een tegendiscours kunnen formuleren, jarenlang onderbemand geweest. Daar moeten we nu op inzetten, al kan dat niet één-twee-drie gebeuren. Counter narrative is een werk van lange adem.’

Wat ook opviel is hoe weinig moslims en niet-moslims eigenlijk weten van elkaar. Wat gaat ú doen om uw moslimbuurman beter te leren kennen?

‘Het klopt dat we allemaal onze verantwoordelijkheid moeten nemen. De moslimgemeenschap wordt gestigmatiseerd omdat er een aantal rotte appels in de kist zitten, die stigmatisering moet stoppen. Aan de andere kant moet de gemeenschap zelf ook afstand nemen van die rotte appels, misschien in kordatere termen dan ze tot nu toe gedaan heeft.’

Hoe geloofwaardig is een commissie die een rapport schrijft over ‘radicalisme’ zonder het te hebben over onze banden met Saudi-Arabië?

‘Ja maar de geldstromen vanuit dat land naar de Grote Moskee en dergelijke worden wél behandeld, hoor. Daar bevelen we aan om die stop te zetten. De handelsbetrekkingen met Saudi-Arabië evalueren is niet onze taak, maar er is wel een resolutie in de Kamer gestemd die oproept wapenleveringen te stoppen.’‘Je hebt altijd twee mogelijkheden: ofwel praat je met een land, ofwel niet. Als je onze normen en waarden als uitgangspunt neemt vallen er veel landen weg, hoor. Beter is om via de regering een duidelijke, ferme boodschap te geven. Dat heb ik indertijd zelf gedaan als minister van Binnenlandse Zaken: toen de Turkse activiste Fehriye Erdal van DHKP-C voorwaardelijk vrijgelaten was, moest ik ook in Turkije gaan uitleggen hoe een democratische rechtstaat werkt. Wees maar zeker dat we met de Grote Moskee aan Saudi-Arabië een meer dan duidelijk signaal hebben gegeven.’

Tot slot: veel getuigen waarschuwden in de commissie voor nieuwe aanslagen. Wat denkt u, als voorzitter van de onderzoekscommissie?

‘Ik heb geen glazen bol, ik kan alleen maar hopen dat er geen meer zullen volgen. Nu, een zero risk samenleving bestaat niet, en werken aan veiligheid een never ending story. Maar het geheel van onze aanbevelingen geven mij wel de vaste overtuiging dat we - eenmaal alles uitgevoerd is - een veiligere samenleving zullen hebben.’