Rock-'n-rollpionier Fats Domino overleden
Foto: AP
Vooral zestigplussers zullen rouwen om het heengaan van Fats Domino, de pianist uit New Orleans die bekend werd met het nummer Blueberry Hill.

Het vakblad Rolling Stone plaatste Fats Domino enkele jaren geleden op nummer 25 op zijn lijst van de beste popartiesten aller tijden. Hoger dan Prince, Nirvana, Johnny Cash en véél hoger dan Eminem, Radiohead en Pink Floyd.

Het zal millennials vreemd in de oren klinken. Wie Domino gaat zien op YouTube, in een vertolking van zijn evergreens 'Blueberry Hill' of 'Ain't that a shame', ziet vandaag een goedige zware man in wit pak, waar geen spat 'rock-'n'-roll' van afstraalt. Een aaibare suikeroom in het nostalgiecircuit van de vorige eeuw.

Maar wat zegt Rolling Stone? Na Lennon en McCartney, het vaste team van The Beatles, waren Fats Domino en zijn partner Dave Bartholomew, wellicht het grootste songschrijversteam in de popmuziek. Het geheim? 'Keep it simple'. Altijd een eenvoudige melodie die zich zo in je hoofd nestelt. Heldere teksten die iedereen aanvoelt. Een duidelijke groove.

Het is natuurlijk meer dan dat. Om te beginnen die stem en dat accent, vervolgens die unieke pianogroove, en ten slotte New Orleans. De combinatie was zo uniek dat Domino bij leven al erfgoed was en na zijn grote jaren niets anders meer moest doen dan zich overal te presenteren en zijn unieke  boogie-stijl te demonstreren. Iets anders zouden zijn fans niet eens aanvaard hebben.

Nog meer dan zijn optredens, was zijn 'slow blues'-stijl van enorme invloed. 'Werkelijk iedereen in het zuiden van de VS moest songs van Fats Domino spelen om het vak te leren', zei Dr. John, een andere legende uit de 'Crescent City'.

Opmars

Fats Domino werd geboren op 26 februari 1928 in New Orleans. Hij was de zoon van een Franstalige violist, Antoine Caliste Domino, die vanuit het dorpje Vacherie in Louisiana naar New Orleans verhuisde. Daar werd Fats, het achtste kind van Marie-Donatille Gros, in de  Louisiaanse versie van het Frans opgevoed. De Franse 'joie-de-vivre' die in Louisiana spreekwoordelijk was, zat vanaf het begin in Fats' werk.

Hij kende onmiddellijk succes. Zijn eerste opname, 'The Fat Man', had een stevige 'second line'-backbeat, een rollende piano en wordt vandaag beschouwd als een van de grondleggers voor een nieuwe stijl, 'rock-'n'-roll'. Domino verkocht er meer dan een miljoen stuks van, en nog vier van zijn songs herhaalden dat nog voor 1955. Hij was een van de eerste zwarten die succes had bij een blank publiek. Onder meer The Beatles namen meerdere van zijn songs op en 'Lady Madonna' kan als een eerbetoon aan Fats worden gezien.

Zijn échte klassiekers volgden later, toen Domino met hulp van Bartholomew (co-auteur en producer) op een bredere stijl overschakelde met 'Ain't that a shame' (1955) en 'Blueberry Hill' (1956). In dat jaar was hij ook te zien in een paar rock-'n'-roll-films. Domino had uiteindelijk 37 songs in de top 40. Toen de smaak veranderde door de massale instroom van Britse pop, waren zijn dagen geteld, maar hij bleef opnemen en optreden.

Katrina

Na zijn zestigste weigerde hij om New Orleans nog vaak te verlaten. Hij woonde bescheiden, trad vaak op op lokale festivals, kreeg in 1987 een Grammy voor levenslange verdiensten, en kwam in 1995 een laatste keer naar Europa. In 2005 bleef hij met zijn gezin thuis terwijl de orkaan Katrina om hen heen raasde, terwijl het huis nochtans in overstromingsgebied stond. Zoals een van zijn tijdgenoten, Allen Toussaint, verloor hij toen veel bezittingen. President George Bush kwam hem persoonlijk de National Medal of Arts, die hij van Bill Clinton had gekregen, opnieuw overhandigen.

Domino overleed op 89-jarige leeftijd thuis in New Orleans, omringd door zijn familie.