Waarom drinkende moslims geen probleem hoeven te zijn
Foto: Paul Bolsius
Elke passage uit de Koran binnen een bepaalde tijdgeest plaatsen, dat is de kern van de 'methode-Benzine'. Enkele Brusselse gemeenschapsscholen experimenteren ermee om extremistisch gedachtengoed in de islam te counteren.

Politicoloog, islamoloog, filosoof en in een ver verleden zelfs nog kampioen kickboksen. Vandaag stelt de Fransman Rachid Benzine in Brussel zijn methode voor om extremistisch gedachtegoed in de islam te counteren.

Hoe die eruitziet? ‘Geen religieuze antwoorden op religieuze vragen geven, want dan dreig je te vervallen in een clash der ideologieën, maar samen kritisch op zoek gaan naar de antwoorden binnen een historische en maatschappelijke context.’

Zo vat Erik Van Den Berghe het samen. Hij is directeur van het GO! Atheneum in Anderlecht, gebruikt de methode-Benzine al in zijn school met overwegend moslimleerlingen en leidt nu ook andere scholen van het Brusselse gemeenschapsonderwijs daarin op.

Wat Benzine doet, is zich afzetten tegen een al te letterlijke interpretatie van de islam, die gepropageerd wordt door haatpredikers op You-Tube en in bedenkelijke boekhandeltjes in het Brusselse. Door westerse waarden te verzoenen met respect voor de religie, brengt hij een frisse wind in het hele debat over de islam.

Hij doet dat door ieder citaat, woord of passage uit de Koran te plaatsen binnen een bepaalde tijdgeest en sociale mores. Wie bijvoorbeeld wil discussiëren over het al dan niet dragen van een hoofddoek, doet er goed aan meer te weten over het dagelijkse leven in de Arabische steden in de zevende eeuw, de tijd waarin de profeet Mohammed ten dele leefde. Hoe het paradijs eruitziet? De steden Mekka en Medina hadden daar ettelijke eeuwen geleden heel eigen interpretaties van.

Van Den Berghe, van opleiding religiewetenschapper, heeft een hele reeks vragen van zijn leerlingen in vooral het vijfde en zesde jaar, die hij met de methode-Benzine probeerde te beantwoorden. ‘Met succes, de leerlingen zijn niet gechoqueerd en worden aangezet om samen kritisch na te denken.’ Enkele voorbeelden.

1. Mag een moslim  alcohol drinken?

‘De meerderheid van de moslims zegt van niet’, zegt Van Den Berghe. ‘Maar wie de Koran leest, ziet dat meerdere interpretaties mogelijk zijn’.

In het Mekka van de zevende eeuw maakt wijn deel uit van het dagelijkse leven. In Medina wordt het afgeraden, maar niet onmiddellijk verboden. Verschillende verzen specificeren wel dat wijn ‘een grote fout’ is ‘en een werk van Satan’. Dat zijn vooral waarschuwingen, met het oog op het vermijden van conflicten door dronkenschap.

‘In de Koran valt zelfs te lezen dat er in het paradijs wijn is. Moeten we de Koran lezen als een absoluut verbod? Of een waarschuwing? Ik vel geen oordeel, maar ik vind het wel belangrijk om mijn leerlingen dit aan te reiken. Dat ze er zelf kritisch over nadenken.’

2. Moet een moslima een hoofddoek dragen?

Wat Benzine en in zijn navolging Van Den Berghe doen, is beschrijven, het is aan de imam om te normeren, zeggen ze zelf. Zo beschrijven ze hoe in het Medina van de zevende eeuw een zekere mate van zedigheid wordt verwacht van de vrouwen, dat ze ook een gewaad dragen om zich buitenhuis te begeven. Wat volgens de twee ook eigen is aan die tijd en cultuur.

‘Er bestaat niet zoiets als islamitische kledij’, zegt Van Den Berghe. ‘Er is wel een lokale traditie van klederdracht die heel ver teruggaat. Als vrouwen vandaag een hoofddoek willen dragen, is dat in overeenstemming met de Koran omdat die om zedigheid vraagt. Maar een vrouw die geen hoofddoek draagt en zich zedig kleedt, is dat ook.’

3. Moeten alle moslims meedoen aan de ramadan, ook de kinderen?

Voor de schooldirecteur komt de vraag regelmatig terug in examentijd: wat met leerlingen die meedoen aan de ramadan? Moeten zij zich daaraan houden? ‘Bij de Joden was vasten een daad van berouw’, zegt Van Den Berghe. ‘In de Koran staat het omschreven als een succes, als een viering. De maatschappij van toen oefende daar geen dwang over uit. Je deed het of je deed het niet.’

‘De Koran bevat een passage die bepaalt dat wie niet kan meedoen aan de ramadan om diverse redenen, dat kan compenseren door een arme te voorzien van voedsel. Ook de Moslimexecutieve heeft zich daarover al in die richting uitgelaten.’