Oost en west blijven kibbelen over Europese regels tegen sociale dumping
Protest tegen sociale dumping in de transportsector (archiefbeeld). Foto: BELGA

De Europese ministers van Werk en Sociale Zaken hebben maandag in Luxemburg urenlang onderhandeld over een aanscherping van de Europese regels voor gedetacheerde werknemers. Een doorbraak laat op zich wachten. Grote knelpunten zijn de toepassing van het principe ‘gelijk loon voor gelijk werk’ in de transportsector en de maximale duur van detacheringen.

Bij detacheringen gaan werknemers in opdracht van hun werkgever voor een tijdje een dienst verrichten in een andere lidstaat. Dat is op zich een gangbare economische praktijk. In 2015 telde de Europese Commissie meer dan twee miljoen gedetacheerde werknemers. Maar een aantal achterpoortjes in de wetgeving uit 1996 zet de deur open voor sociale dumping en de uitbuiting van werknemers uit lidstaten met lagere lonen.

De ministers onderhandelen in Luxemburg over een voorstel van eurocommissaris Marianne Thyssen. De Belgische commissaris wil dat gedetacheerde werknemers voortaan recht hebben op dezelfde verloning als lokale werknemers. Ook een dertiende maand, compensaties voor winterweer en andere premies moeten vanaf de eerste dag uitgekeerd worden aan gedetacheerden. Enkel de sociale zekerheidsbijdragen moeten de betrokkenen dan nog steeds in hun thuisland betalen.

Impact op transportsector blijft obstakel

Een doorbraak is er nog niet. De impact van de nieuwe regels op de transportsector blijft een obstakel. Landen uit de periferie van Europa, zoals Polen en Hongarije maar ook Ierland en Spanje, vinden dat die regels niet zomaar toegepast kunnen worden op vrachtwagenchauffeurs. De transportministers zouden voor die sector nog specifieke regels uitwerken, maar de perifere landen vragen nu al garanties dat chauffeurs in transit niet onder het toepassingsveld vallen. Dat ligt dan weer moeilijk voor Duitsland, dat dan ook een discussie over cabotage (buitenlandse chauffeurs die laden én lossen in een andere lidstaat, red.) wil openen.

Ook de maximale duur van detacheringen is nog steeds een twistappel. Thyssen had een termijn van 24 maanden voorgesteld, maar de Franse president Emmanuel Macron lanceerde na zijn aantreden in juni een offensief om die termijn in te korten tot 12 maanden. De Franse minister Muriel Penicaud toonde zich maandagavond wel al bereid om bepaalde afwijkingen voor bepaalde sectoren toe te staan. Centraal- en Oost-Europese landen blijven echter hameren op langere detacheringstermijnen, en op langere overgangsperiodes voor de toepassing van de nieuwe regels.

Peeters: ‘Akkoord mogelijk’

Voorlopig blijft het water tussen oost en west te diep. De Tsjechische minister Michaela Marksova waarschuwde de westerse landen voor een brute forcing. ‘Het resultaat van de verkiezingen toont dat er een zeer sterke anti-Europese sfeer bestaat in Tsjechië’, zo verwees ze naar de verkiezingszege van de populist Andrej Babis. ‘Als het Europees niveau nu nog meer stappen zet die zouden wijzen op een gebrek aan respect voor Centraal-Europese landen (...), dan zitten we binnenkort niet ver af van een Tsjexit, wat we echt niet willen’.

De voorzitter van de ministerraad, de Estse minister Jevgeni Ossinovksi, hoedt zich vooralsnog voor een stemming en probeert nog steeds een zo breed mogelijke meerderheid van lidstaten rond een consensus te scharen. ‘Sommige landen zeggen dat we zeer dicht bij een akkoord zijn. Ik wil voorzichtig zijn. Je kan er heel dicht bij zijn, en er toch nooit geraken’, zei hij. Omstreeks 20.30 uur legt Ossinovski een nieuw voorstel op tafel. De Belgische minister Kris Peeters (CD&V) drong alvast aan op compromisbereidheid. ‘We kunnen hier vanavond, vannacht of morgenochtend een akkoord vinden. Daar hebben wij in België ervaring mee.’