Magnette weigert de Prins Charles van de PS te worden
Magnette: ‘Als er interne voorzittersverkiezingen zijn, dan zal ik kandidaat zijn.’ Foto: Photo News

Paul Magnette werkt aan zijn draagvlak in de PS.Met een studiedag over de PS en de macht, met een oproep tot lef en met een duidelijke kandidatuur.

‘Is Paul Magnette de Prins Charles van de PS?’ Met die treiterige vraag werd de gewezen Waalse minister-president gisteren aangekondigd in ‘L’invité’, het één-op-één interviewprogramma van RTL-journalist Pascal Vrebos. ‘Als er interne verkiezingen zijn, dan zal ik kandidaat zijn. Ik steek dat niet weg’, antwoordde de Carolo. Een complete verrassing is dat niet. Maar dat Magnette zo stellig is, is nieuw. In de huidige planning vallen de voorzittersverkiezingen wel pas na de verkiezingen én de formatie van 2019. Elio Di Rupo blijft dus nog twee jaar op post. Blijft dus de vraag: hoelang kan een kroonprins wachten op de kroon?

Een putsch is niet aan de orde. Niet alleen omdat Magnette bij zijn vertrek uit het Elysette al zei dat hij ‘geen putschist’ is, maar vooral omdat Di Rupo ondanks alle schandalen bij de PS mateloos populair blijft. In de politieke barometer van De Standaard, VRT, RTBF en La Libre moet hij Magnette laten voorgaan in de Waalse poppoll. Maar zijn interne score is in deze belangrijker. Bij de PS-kiezers zelf heeft Di Rupo een grote voorsprong op Magnette. Ondanks de bodemkoers van de partij, de schandalen en de geforceerde exit uit de Waalse regering blijven veel PS-kiezers geloven in Di Rupo. ‘De 21 procent kiezers die nu nog achter ons staan, dat is onze sokkel. Eender wat er gebeurt, die blijven achter ons staan’, zegt een partijtopper, wrang glimlachend.

Ziekenfonds en vakbond

Lijdzaam wachten zal Magnette in ieder geval niet doen. Hij zet zelfs alle zeilen bij om niet uit de aandacht te verdwijnen. Want dat risico bestaat. Als MP van de Waalse regering kwam de media-aandacht als vanzelf zijn richting uitgewaaid. Het was trouwens pas na zijn mediagenieke strijd tegen het handelsakkoord Ceta dat hij begin dit jaar voor het eerst over Di Rupo kon wippen in de polls. Maar na de Waalse coup van CDH heeft hij zich teruggetrokken in het stadhuis van Charleroi. Daar wacht hem een zware slag met de PTB. Die zal veel werk vragen en veel minder airplay genereren dan aan het hoofd staan van een regering.

Behalve zijn passage op de televisie was er daarom afgelopen weekend ook een breed interview in Le Soir en een debatdag in Charleroi rond het thema ‘De PS en de macht: wanneer en waarom?’ Veel schoon volk, daar. Anne Poutrain onder anderen, de vroegere voorzitter van de studiedienst IEV, die Magnette naar Wallonië volgde als kabinetschef. Maar ook Ahmed Laouej, de nieuwe Kamerfractieleider, Jean-Pascal Labille, de baas van de socialistische mutualiteit en Waals FGTB-secretaris-generaal Thierry Bodson. Met andere woorden: de partij, het ziekenfonds en de vakbond. Samen vormen die de ­‘action commune’, de machtige drie-eenheid van de Franstalige socialisten die door haar brede mobiliserende kracht electoraal een (of zelfs hét) verschil kan maken. Als symbool kon dat tellen.

Pensioen naar 65

Di Rupo was op de hoogte en mocht zelfs de slottoespraak houden, maar hij hield de boot af en liet zich ook niet zien. Hij heeft eind november met het slotcongres van de Chantier des idées zelf zijn grote rendez-vous. Toch leek Magnette daar nu al een voorafname op te doen door al wat verkiezingsbakens uit te zetten. De partij moet uit de 123 voorstellen die de Chantier des idées tot nu toe opgeleverd heeft een handvol duidelijke, klare eisen halen, vindt hij. ‘Onze prioriteiten voor 2019, de dingen die voor ons een absolute voorwaarde zijn om in een regering te stappen.’

De pensioenleeftijd terug naar 65 jaar halen, wordt waarschijnlijk een van die kernboodschappen. ‘We zijn niet verplicht om tot 67 te werken om de sociale zekerheid betaalbaar te houden, maar de mensen beginnen dat wel te geloven. En ja, de kans bestaat dat we op die manier in de oppositie belanden, maar we moeten duidelijk maken waar we voor staan. Als we bang zijn van wat bagarre, als we geen voorstellen meer durven te verdedigen of wat risico te nemen, dan moeten we niet meer aan politiek doen.’