Vluchteling mag geboorte eerste kind niet meemaken van Australische overheid
Protest in Sydney tegen de Australische detentiecentra op Nauru. Foto: REUTERS

Mohammed Farahi is ten einde raad. Terwijl zijn hoogzwangere vrouw wordt vastgehouden in Brisbane, mag hij Nauru niet verlaten. ‘Ze luisteren niet, het kan hen niets schelen. Maar dit is mijn gezin.’

Al vier jaar lang zit Mohammed Farahi vast op het eiland Nauru. Hij is lid van de Koerdische minderheid in Iran en vluchtte samen met zijn vrouw omdat hij vervolgd werd door het regime. Dat schrijftThe Guardian.

In 2013 kwamen ze per boot aan op Christmas Island, het Australische eiland voor de kust van Indonesië. Sindsdien verbleven ze in diverse vluchtelingencentra. Tot ze op Nauru, het eiland in de Stille Oceaan waar Australië vluchtelingen onderbrengt, belandden.

Daar raakte zijn vrouw zwanger. Maar er traden complicaties op. De vrouw had last van ernstige ochtendmisselijkheid en liep ook nog knokkelkoorts (dengue) op. Na twintig weken zwangerschap werd ze van het eiland gehaald en naar Brisbane overgeplaatst voor behandeling.

Daar verblijft de vrouw nog steeds. Ondertussen is ze 24 weken zwanger, maar terugkeren naar Nauru is niet aangewezen volgens de dokters. De medische faciliteiten op het eiland zijn ontoereikend.

Huilen aan de telefoon

Farahi zou heel graag de geboorte van zijn eerste kind bijwonen. Hij diende daarom al verschillende verzoeken tot hereniging in bij de Australian Border Force, de immigratie-autoriteiten. Maar die geven hem geen toestemming om Nauru te verlaten om zijn vrouw te steunen of zelfs om zijn kind te zien.

‘Mijn vrouw belt me elke avond, huilend aan de telefoon’, zegt hij aan The Guardian. ‘Maar Australië blijft mijn aanvragen weigeren. Ze luisteren niet, het kan hen niets schelen. Maar dit gaat om mijn gezin.’

‘Het is vreselijk. Ik wil gewoon bij mijn vrouw en kind zijn, eender waar in de wereld. Maar ik kan niets doen, gewoon bidden. Elke dag bid ik dat ik dood was.’