Kringwinkels willen meer personeel om recyclage-doelen te halen
Foto: Frederiek Vande Velde
De Vlaamse kringwinkels waarschuwen dat het her­gebruik van kleding en huisraad te traag toeneemt.

Door een nijpend personeelstekort bij de 135 Vlaamse kringwinkels groeien de volumes van het hergebruik niet meer. Daardoor wordt het voor Vlaanderen almaar moeilijker wordt om de milieudoelstelling te bereiken, waarschuwt Marleen Vos van de koepel van de kringwinkels, Komosie.

De Vlaamse afvalstoffenmaatschappij mikt op een hergebruik van 7 kilogram per Vlaming tegen 2022. ‘Maar sinds vorig jaar lopen we achter op dat schema’, stelt Vos vast. De instroom van goederen blijft wel stijgen. Het echte probleem is dat de kringwinkels te weinig volk hebben om die degelijk te verwerken. 

Komosie schat dat er tegen volgend jaar 500 werknemers en tegen 2021 zelfs 1.500 werknemers moeten bijkomen om de Vlaamse hergebruikdoelstelling te halen. Dat is niet weinig. In 2016 waren de Vlaamse kringwinkels goed voor iets meer dan 5.400 werknemers.

Doelgroepmedewerkers
Voor bijkomende werkgelegenheid zijn de kringwinkels afhankelijk van de Vlaamse overheid. Zo’n 44 procent van alle werknemers zijn zogenaamde ‘doelgroepmedewerkers’. Het gaat om mensen voor wie de deuren naar de reguliere arbeidsmarkt gesloten zijn, en die via sociale-economiebedrijven hopen opnieuw kans te maken op een reguliere job. In ruil daarvoor kunnen de kringwinkels rekenen op Vlaamse subsidies.

Komosie is vragende partij om het contingent gesubsidieerde doelgroepmedewerkers veel sterker op te trekken. De regering-Bourgeois mikt nu op 500 bijkomende gesubsidieerde doelgroepbanen. Te verdelen over alle bedrijven uit de sociale economie, die samen iets meer dan 23.000 doelgroepwerknemers telt. 

De kringwinkels moeten bovendien rekening houden met een hervorming van de subsidiëring. Waarbij het doorstromen naar de arbeidsmarkt grote prioriteit heeft en de VDAB een sleutelrol speelt.  
De kringwinkels hebben de voorbije jaren het gebrek aan doelgroepmedewerkers opgevangen door de inzet van vrijwilligers en vooral zogenaamde artikel 60-tewerkstelling. Dat zijn mensen met een leefloon die door het OCMW maximaal een jaar ter beschikking worden gesteld van sociale-economiebedrijven. Volgens Marleen Vos van Komosie zijn dat echter tijdelijke oplossingen.