Bijna 6 procent Vlaamse werknemers loopt risico op bore-out

Zowat 5,9 procent van de Vlaamse werknemers loopt het risico op een bore-out. Dat blijkt uit een onderzoek van de KUL in samenwerking met vacacture.com.

'Sleep jij je elke dag naar een onuitdagende job? Maakt afstompend routinewerk je lusteloos, gefrustreerd en moe? Dan ben jij misschien wel een van de ongelukkigen die kampt met een bore-out.' Het fenomeen bestaat al zo lang als er saaie jobs bestaan, zegt vacature.com, maar werd het pas in 2007 voor het eerst benoemd door de Zwitserse organisatieadviseurs Philippe Rothlin en Peter Werder. Volgens hen vertoont maar liefst 15 procent van de kantoormedewerkers verschijnselen van een bore-out.

Professor arbeidspsychologie Hans De Witte en doctoraatstudentes Anahi Van Hootegem en Steffie Desart van de KU Leuven plaatsten daar, in samenwerking met vacature.com, Vlaamse cijfers naast. Uit een representatieve steekproef rond werkbeleving onder 1.500 respondenten konden ze opmaken dat het fenomeen wel degelijk ook in Vlaanderen leeft.

Een deel van de ondervraagde werknemers vertoont tekenen van een bore-out of ‘job boredom’. 12,2 procent geeft aan dat de tijd voorbij kruipt op het werk. Voor 6,6 procent lijkt er nooit een einde aan de dag te komen en 5,2 procent zegt zich ronduit te vervelen. 11,5 procent neemt geregeld de toevlucht tot andere bezigheden tijdens de werkuren. Uit de enquête blijkt dat 5,9 procent van de Vlamingen risico loopt om een bore-out te ontwikkelen. Bij 1,1 procent is dit risico zeer hoog.

Volgens de vacature.com enquête is het risico op een bore-out is het hoogst bij jongvolwassen tussen 18 en 34 jaar (30 procent). Verveling neemt beduidend af naarmate een werknemer ouder wordt. Nog maar 19,5 procent van wie de 45 gepasseerd is kent een verhoogd risico, en 55-plussers lopen met 14,5 procent het minst gevaar.

De resultaten tonen aan dat vooral passieve jobs leiden tot werkverveling. Dit zijn jobs waar zowel de vaardigheidsbenutting als de werkdruk laag zijn, in tegenstelling tot meer actieve jobs. Dit verklaart deels waarom mensen in een lagere functie, vaak aan het begin van hun carrière, gemiddeld iets meer met bore-outs af te rekenen krijgen. Jobs met een hoge werkdruk en lage vaardigheidsbenutting zorgen dan weer voor uitputting en houden een risico op burn-out in.