‘Racisme is níét relatief. Maar het woord wordt misbruikt door de twee kanten’
Foto: Jimmy Kets
‘Jij met je gepalaver altijd. Geitenwollensok.’ Ze kreeg het als flik vaak te horen, Jinnih Beels, die straks met SP.A en Groen in Antwerpen naar de kiezer trekt. Maar zie, ze werd the toughest cookie on the block. Niet met de wapenstok, maar met de tong. ‘Verbinden is hard, niet zacht.’

Een opmerkelijke naam op de kartellijst van Groen en SP.A in Antwerpen: de Mechelse politiecommissaris Jinnih Beels, die volgend jaar als onafhankelijke de tweede plaats van de lijst zal innemen. dS Weekblad sprak met haar. Het volledige interview leest u zaterdag in dS Weekblad. Hieronder vindt u alvast een voorproefje.


‘Jinnih!’ Ze heeft nog geen twee stappen gezet op het Kerkplein in Borgerhout, of ze wordt al aangeklampt. Ibrahim (*) doet zijn beklag. Dat het weer van kwaad naar erger gaat in de wijk. ‘Moeders lopen liever niet meer met hun kinderen over straat. Er wordt te veel gedeald en buurtpolitie zien we hier niet. Niet meer.’

Jinnih Beels (40) neemt haar tijd voor Ibrahim. Laat haar telefoon rinkelen. ‘Ik beloof niets, maar ik signaleer het wel.’

Dat ze hier op straat herkend, ja zelfs gemist, wordt, is niet zo vreemd. ‘Ik kwam hier drie jaar, dagelijks. Te voet.’ Ze bijt op haar lip. ‘Ik mis de straat, nog elke dag. Ik heb er hartzeer van, dat die Ibrahim dat nu aan mij moet komen vertellen. Daar heb je toch wijkagenten voor nodig? Ik ben verdorie ex-agent.’

Het wil nog niet echt wennen. Dat ex zijn. ‘Maanden geleden kreeg ik de vraag van Tom (Meeuws, SP.A) en Wouter (Van Besien, Groen) om op die lijst te gaan staan, als onafhankelijke. Het is geen evidente stap en als mijn echtgenoot “nee” had gezegd, had ik het ook niet gedaan. Hij is zelf agent, in Antwerpen. Hij zit in de radiokamer. Hij had het een beetje gehad met de straat. Ik nog lang niet.’

Rode lijn

Tien minuten op het Kerkplein volstaan om weer zeker te weten waarom ze dit absoluut wil doen. ‘Er is jaren geïnvesteerd in preventie en bemiddeling. En dat is van tafel geveegd. Of tenminste, het evenwicht is zoek. Er is veel informatie en knowhow verloren gegaan. De relatie tussen burgers en politie moet echt niet verder verzuren, want dat bekoop je.’

‘Begrijp me niet verkeerd: ik wijs de politie niet met de vinger. De verzuring komt van beide kanten. En hulpverleners aanvallen, of het nu brandweerlui, agenten of ambulanciers zijn, is ook voor mij een rode lijn. Altijd geweest. Het is niet omdat ik in de politiek stap dat ik anti-politie zal worden. Zelfs niet anti-SRT (Snelle Respons Team, red).’

Nochtans heeft ze vaak genoeg gezegd dat de ‘eerst-kloppen-dan-praten’-mentaliteit niet haar lijn is. ‘Vind ik nog altijd, maar die mannen die moeten interveniëren – en het zijn helaas vooral mannen –, doen aartsmoeilijk werk. Het is geen cadeau om te moeten uitrukken als het brandt. Zij hebben geen tijd om hier en nu een band op te bouwen met de mensen op de plek waar ze moeten tussen­komen.’

[...]

‘Politiewerk heeft altijd twee gezichten. Dat van de gespierde tussenkomst en dat van de wijkwerking. Als er onrust is, moet je hier en nu resultaten boeken. Maar je moet ook op lange termijn werken. Vandaag een zaadje planten om er morgen de vrucht van te plukken.’

De breuk

Haar werk en dat van haar collega’s ­kwamen pas in het nieuws toen het over and out was. Dat was na 2012. Andere bazen in het stadhuis, nieuwe accenten in de politietoren.  Jinnih Beels en haar Cel Diversiteit kwamen allengs meer terecht op de reservebank. De breuk met korpschef Serge Muyters bleek onafwendbaar.

‘Ik heb geen seconde spijt van alles wat ik en mijn mensen in de wijkwerking hebben geïnvesteerd. En als het zo slecht zou zijn geweest bij de politie, had ik het ook niet zo lang uitgehouden. Maar het was wel een bittere pil toen het ophield. We kenden de stad, het hart van de wijken. Die knowhow wil je niet verloren zien gaan, na honderden ordediensten en ettelijke versleten schoenen. Onze dag zat er nooit op in die eerste jaren. Ik heb er het gros van de eerste vier jaren van mijn zoon (nu tien, red.) door gemist. En hetzelfde geldt voor mijn collega’s.’

 

Zaterdag in dS Weekblad leest u het volledige interview met Jinnih Beels. 'Racisme  is níét relatief. Maar het woord zelf wordt wel vaak misbruikt, door de twee kanten.'