‘Inlichtingendiensten hebben geblunderd in aanloop naar aanslagen 22/3’
Foto: Photo News

In het jaarverslag van het Comité I, het vast comité van toezicht op de inlichtingendiensten, worden de diensten niet gespaard. Vooral de militaire inlichtingendienst Adiv heeft geblunderd in de aanloop naar de terreuraanslagen in Brussel.

De inlichtingendiensten beschikten voor 22 maart 2016 over een ‘slechte informatiepositie’, aldus het toezichtscomité. Ze zagen de aanslagen niet aankomen omdat ze geen of amper informatie hadden over de daders.

Is dat hun schuld? Alvast de Adiv (de Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid), ofwel de militaire inlichtingendienst, heeft enkele steken laten vallen in het opsporen van terroristen in de aanloop naar de aanslagen van 22 maart in Zaventem en Brussel, zo weet VTM. ‘Het Vast Comité I verwonderde zich hierover gelet op het feit dat de Adiv de opvolging van het jihadistisch terrorisme als een prioriteit heeft beschouwd’, aldus het jaarverslag. Maar ook de Staatsveiligheid blijft niet buiten schot. Zij hebben te laat gereageerd op een vraag van een buitenlandse inlichtingendienst.

Informatie laten liggen

Zo liet de Adiv bijvoorbeeld informatie liggen die kwam van haar eigen militairen. In november 2015 filmde een onbekende vanuit een wagen patrouillerende militairen op de luchthaven van Zaventem. Begin maart 2016 waren er twee rapporten dat Najim Laachraoui, een van de zelfmoordterroristen van 22/03, gezien was op de luchthaven. Met die informatie is niets gedaan, volgens het Comité I. ‘Geen van deze drie verslagen werd door de Adiv behandeld of gezonden naar de Staatsveiligheid of het Ocad.’

Ook Staatsveiligheid heeft een fout gemaakt volgens het Comité I. In mei, een paar maanden na de mislukte aanslag op de Thalys op 21 augustus 2015 kreeg de Belgische Staatsveiligheid een vraag van een buitenlandse inlichtingendienst over bepaalde gsm-nummers in verband met de dader Ayoub El Khazzani. De Staatsveiligheid heeft op die vraag niet geantwoord. Vier dagen voor de aanslagen op 22 maart werd nogmaals de vraag gesteld. Daarop antwoordde de Staatsveiligheid pas een dag na de aanslagen in Brussel en Zaventem.

Kop gerold

Beide diensten moeten beter samenwerken, beveelt het Comité I aan. De informatie moet beter gedeeld en beheerd worden, luidt het nog. Diezelfde conclusie werd eerder al getrokken door de parlementaire onderzoekscommissie 22/3, die voor de zomer haar aanbevelingen over de veiligheidsarchitectuur presenteerde.

Niet lang daarna stapte de baas van de militaire inlichtingendienst op. ‘Mijn kop moet rollen’, aldus Eddy Testelmans, nadat zijn personeel in een brief had geklaagd over de interne concurrentiedrang, foutieve doorstroming van informatie, verwarrende communicatie met binnen- en buitenlandse partners en wantrouwen tussen de verschillende afdelingen onderling. Allemaal zaken die in een inlichtingendienst anno 2017 onder de huidige terreurdreiging niet horen te gebeuren.

‘Minder verregaand’

‘De aanbevelingen van het Comité I zijn minder verregaand dan deze van de commissie 22/3’, vergelijkt Kamerlid Servais Verherstraeten (CD&V), die zowel in de begeleidingscommissie als in de onderzoekscommissie zit. Voor hem is het jaarverslag opgewarmde kost. ‘De commissie 22/3 pleit veel concreter voor een gemeenschappelijk platform, waarbij de Staatsveiligheid en de Adiv informatici en vertalers delen, én een kruispuntbank Veiligheid.’

Zijn collega Hans Bonte (SP.A) vindt het vreemd dat vooral de Adiv wordt geviseerd. ‘Het klopt dat er sprake was van disfuncties bij de militaire inlichtingendienst en dat de informatie niet goed werd geëxploiteerd, maar dat geldt ook voor anderen. Vóór 22/3 werkten alle diensten in gespreide slagorde.’ Hij wijst ook op het structurele tekort bij de inlichtingendiensten (die intussen wel meer personeel bijkregen, red.). ‘De grote uitdaging wordt om meer capaciteit te voorzien en om te leren samenwerken op álle fronten.’