Verkort verblijf in kraamkliniek slaat aan
Foto: belga
Na twee nachten uit de kraamkliniek? Jonge moeders vinden het best oké. 80 procent onder hen reageert tevreden op een proefproject.

Na een gewone bevalling verblijven Belgische moeders gemiddeld nog vier nachten in het ziekenhuis. Onnodig lang, benadrukt minister van Volksgezondheid ­Maggie De Block (Open VLD) al een tijdje. Het Europese gemiddelde bedraagt drie dagen, in het Verenigd Koninkrijk houden ze het zelfs op ­anderhalve dag. Een jaar geleden lanceerde De Block zes proefprojecten om te experimenteren met een verkort verblijf van twee tot drie nachten in de kraamkliniek. De eerste ­tussentijdse evaluaties daarvan zijn nu klaar en schetsen een positief beeld.

Extra screenings

In de Leuvense ziekenhuizen reageert 80 procent van de pas bevallen moeders tevreden. Volgens het Leuvense project speelde vooral het persoonlijke contact met de eerstelijnsvroedvrouwen daarin een belang­rijke rol. ‘In ruil voor een sneller vertrek uit de kraamkliniek krijgen de moeders thuis extra ondersteuning. Dat is altijd comfortabeler dan in een ziekenhuisbed én ze kunnen de thuisvroedvrouw op ieder moment van de dag bellen’, zegt Anne Dedry. Ze is parlementslid voor Groen, maar spreekt in deze als bestuurder bij vzw De Bakermat, het expertisecentrum voor kraamzorg dat mee aan de basis lag van het proefproject.
‘De ziekenhuizen werken ook met een systematische checklist voor de gezondheid van de moeder. Bovendien krijgt de baby extra screenings op geelzucht en mogelijke hartafwijkingen’, benadrukt Dedry. De huisartsen volgden op hun beurt extra opleidingen bij de kinderartsen om het zevendedagonderzoek bij de baby, dat vroeger in het ziekenhuis gebeurde, voortaan ook zelf te kunnen uitvoeren.

Hogere werkdruk 

Een belangrijke nuance: alle moeders stapten vrijwillig in het verkorte traject. Alleen zwangere vrouwen bij wie de dokter een risicoloze bevalling verwachtte, kwamen in aanmerking. Toch zei 40 procent meer stress te hebben tijdens het project.
Niet alleen voor de jonge mama’s is het aanpassen, de betrokken vroedvrouwen, gynaecologen en kinderartsen geven aan dat hun werkdruk hoger lag. Door de kortere kraamtijd moesten ze in veel kortere tijd meer info aan de pas bevallen moeders geven. Ook de extra screenings en noodzakelijke medische zorg moesten sneller gebeuren.

‘Maar dat is nog een kwestie van aanpassen’, zegt Dedry. ‘De vroedvrouwen moeten nog wat loskomen van het idee dat ze alle info in enkele dagen in het ziekenhuis moeten geven, terwijl dat ook thuis kan. Het wordt ook belangrijker om veel meer info te geven vóór de bevalling en zelfs vooraf al een gesprek met de thuisvroedvrouw te organiseren, om de moeders voor te bereiden op thuiszorg.’ De artsen en vroedvrouwen dringen ook aan op een snellere uitwisseling van patiëntengegevens.

Vrije bedden

De Block is tevreden met het resultaat, maar benadrukt dat ze op het terrein nog stappen moeten zetten. ‘In de zomer van 2018 volgt een eindevaluatie. Als blijkt dat de zorgkwaliteit gewaarborgd is, dan zullen we vanaf eind 2018 een algemeen beleid uitwerken.’ De minister wil onder meer garanties dat alle baby’s op tijd hun hielprik krijgen en dat het aantal baby’s dat moedermelk krijgt, minstens even groot is als bij baby’s van wie de moeders langer in het ziekenhuis verblijven.

De bedoeling blijft om de vele ziekenhuisbedden die met de maatregel zouden vrijkomen, efficiënter in te zetten. ‘De capaciteit van ziekenhuizen is niet onbeperkt’, zegt De Block. ‘Zeker gezien de verdere vergrijzing komt het er dus op aan de plaatsen optimaal in te zetten. Dat betekent dus ook: plaats voorbehouden aan de patiënten die echt “ziekenhuiszorg” nodig hebben.’