Muziekscholen komen tot in de klas
Foto: Bart Dewaele
Vanaf volgend schooljaar kunnen alle academies van het deeltijds kunstonderwijs hun leraren inzetten in het basis- en secundair onderwijs.

Een vrolijk deuntje op de blokfluit. Een initiatie in de wondere wereld van de samenzang. Of een bevlogen uitleg over het toonstelsel. Vanaf volgend schooljaar zijn het niet uitsluitend de leerkrachten uit het reguliere onderwijs die zich daaraan wagen op school. 
Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) heeft middelen vrijgemaakt om meer samenwerkingen mogelijk te maken tussen de academies van het deeltijds kunstonderwijs en de basis- en secundaire scholen in heel Vlaanderen. 

De bedoeling is dat een leraar uit het deeltijds kunstonderwijs mee voor de klas staat tijdens de lessen muzische vorming, twee uur per week. ‘Zo komen de leerlingen in contact met de academie en ontdekken ze bij zichzelf misschien nieuwe talenten. Dat kan de stap naar de academie verlagen’, aldus Crevits.

Voor de leerkrachten zelf gaat het om een vorm van co-teaching, waarbij ze met twee de lessen inrichten. Crevits ziet voor beiden voordelen: de reguliere leerkrachten krijgen de laatste nieuwe inzichten over muzikale vorming mee, de leerkrachten van de academie scherpen hun pedagogische kwaliteiten aan door voor diverse klasgroepen te staan.

In zee met de fanfare
Momenteel werken zeven academies al op vaste basis samen met een basisschool. Er bestaan ook twintig gezamenlijke initiatieven met basisscholen met een hoog percentage kwetsbare leerlingen. Dit wordt  uitgebreid naar 831 klassen in het basis- en secundair onderwijs, goed voor bijna 15.000 leerlingen.
Het nieuwe decreet deeltijds kunstonderwijs, dat afgelopen vrijdag groen licht kreeg, voorziet ook in alternatieve vormen van samenwerking. Zo zullen scholen voor kunstprojecten ook naar het lokale verenigingsleven mogen kijken, van de fanfare tot het dans­gezelschap of de toneelvereniging, om projecten op te zetten. Ook met studenten uit de lerarenopleiding kunnen initiatieven opgezet worden.

Niet meer blijven zitten
De factuur van dit alles komt op bijna 4,5 miljoen euro. Daartoe  schuift minister Crevits met haar middelen. Leerlingen uit de vierde en dus laatste graad van het kunstonderwijs die herhaaldelijk blijven zitten – omdat ze het er leuk vinden – zullen voortaan sneller richting lokale culturele verenigingen geleid worden, of een andere opleiding in de academie moeten volgen.
Het deeltijds kunstonderwijs bereikt vandaag 177.000 leerlingen. In hun vrije tijd volgen zij enkele uren per week de meest uiteenlopende richtingen, van een tuba leren spelen tot glasschilderkunst. De regering was van oordeel dat de bestaande regels voor de academies aan een opfrisbeurt toe waren.