Recordaantal Belgen op sociale bijstand
Foto: Belga
1 op 20 Belgen krijgt een bijstandsuitkering. Vooral het stijgend aantal leefloners baart experten zorgen. Het laatste sociale vangnet dreigt te scheuren onder het gewicht.

Met ruim 576.000 zijn ze, de Belgen die onder de ‘sociale bijstand’ vallen. Volgens de overheidsdienst Sociale Zekerheid is dat ‘het residueel vangnet voor diegenen die door de mazen van het socialezekerheidssysteem vallen’. En dat zijn er steeds meer. 
Ondertussen ontvangt 5 procent van de Belgen een leefloon, een bijpassing bij een klein pensioentje of een tegemoetkoming voor hun handicap. Zo blijkt uit een rondvraag van De Standaard bij de  betrokken overheidsdiensten. 

Eerdere cijfers van professor Bea Cantillon (UAntwerpen) laten een historische vergelijking toe. De bijstand is sinds het ontstaan ervan midden jaren zeventig  bijna verdrievoudigd in omvang. Van een ‘residueel’ vangnet is het een steeds belangrijker deel van de sociale bescherming gaan uitmaken. ‘Midden jaren zeventig waren we terecht trots dat zo weinig mensen er een beroep moesten op doen in vergelijking met bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk. Vandaag schuiven we op naar Angelsaksische toestanden,’ zo analyseert Cantillon. De uitkeringen blijven immers te klein, waardoor wie een beroep moet doen op de sociale bijstand, vaak in de armoede sukkelt.

Wat is er gaande? Er zijn structurele oorzaken volgens Cantillon, zoals migratie – 70 procent van de leefloners is van niet-Belgische origine –, de individualisering van de maatschappij,  een economie die steeds hogere kwalificaties verwacht, maar ook een hogere levensverwachting voor mensen met een handicap. 

Allemaal evoluties die elkaar versterken sinds de jaren zeventig. ‘Het is ook een bij uitstek stedelijke problematiek’, stipt Cantillon aan. En dan zijn er de regionale verschillen. In Brussel zijn er in verhouding bijvoorbeeld zes keer meer leefloners dan in Vlaanderen, in Wallonië is dat ruim drie keer zoveel.

Beleidskeuzes
Maar ook federale beleidskeuzes maken verschil, signaleert Julien  Van Geertsom, voorzitter van de overheidsdienst Maatschappelijke Integratie. ‘De verstrenging van de werkloosheidsuitkeringen hebben zeker mensen  van de sociale zekerheid naar het bijstandssysteem geduwd.’ Het verklaart de sterke stijging van het aantal leefloners onder de huidige regering-Michel.
Van Geertsom verwacht dat de cijfers zullen toenemen. ‘Zo is beslist dat langdurig werklozen minder pensioen zullen opbouwen. Daardoor zullen er op termijn  meer ouderen om een bijpassing vragen.’ 

Ook aan de andere kant van de leeftijdspiramide ziet Van Geertsom een probleem. ‘Er stromen nog te veel jongeren naar de arbeidsmarkt zonder kwalificaties. Zij geraken niet binnen in de sociale zekerheid door het afschaffen van de vroegere wachtuitkeringen. 33 procent van de leefloners is tussen 18 en 24 jaar oud, terwijl die leeftijdsgroep slechts 10,50 procent van de totale bevolking uitmaakt.’

Nieuw systeem nodig
Een steeds diverser, gekleurder en groter cliënteel plaatst de OCMW’s voor grote uitdagingen.  ‘Zeker in de grote steden, groeit het aan tal leefloners de OCMW’s boven het hoofd’, vreest Cantillon. ‘De individuele begeleiding was nooit voorzien op zo’n grote groep.’ Ook al omdat de wetgever daar steeds meer van verwacht. Het OCMW moet vandaag niet alleen opvangen, maar ook activeren en integreren.

Volgens Cantillon moet de rol en werking van de sociale bijstand veertig jaar na datum opnieuw herdacht worden. ‘Het is misschien vloeken in de kerk, maar we moeten durven nadenken over een bijstand light, tussen het OCMW en de sociale zekerheid in.’ 
Veel langdurig werklozen zitten nu al in een tussenpositie, met lage uitkeringen maar zonder de individuele ondersteuning van een maatschappelijk assistent. Cantillon waarschuwt:  wanneer  de werkloosheidsuitkering beperkt zou worden in de tijd – een politiek debat dat nooit veraf is – en de circa 175.000 langdurig werkzoekenden verhuizen  van de sociale zekerheid naar de bijstand, dan barst het systeem.