Brusselse biermicrobe blijft zich verspreiden
Foto: L’Ermitage

In onze hoofdstad houden ze wel van bier brouwen. In Anderlecht opende afgelopen weekend L’Ermitage, een project van drie vrienden die zo het Brusselse bier een vaste plek op de wereldkaart willen geven. ‘Maar dat kunnen we niet alleen.’

Nacim Menu, Henri Bensaria en François Simon konden afgelopen weekend eindelijk de deuren openen van hun eigen microbrouwerij L’Ermitage. De drie vrienden waren al maanden op zoek naar een eigen pand. Een biertje, Lanterne genaamd, hadden ze wel al. Maar voor het brouwproces weken ze uit naar Bastogne. Tot ze een geschikte locatie vonden nabij het Zuidstation.

‘Het heeft veel moeite gekost, hard werk en een pak centen. Onze crowdfundingsactie eerder dit jaar bracht 30.000 euro op in plaats van de beoogde 20.000 euro. Maar de zoektocht naar een pand verliep niet van een leien dakje. We wilden graag in Elsene blijven, waar we ons project bedachten. De brouwerij kreeg trouwens de naam mee van de L’Ermitagestraat in Elsene waar we startten. Maar toen kwam dit pand vrij, niet ver van het stadscentrum en vlakbij brouwerij Cantillon. Lang hebben we niet getwijfeld’, klinkt het.

Brusselse identiteit

Het concept microbrouwerij is niet nieuw voor de Brusselaar. De voorbije jaren openden met Brussels Beer Project, No Science, Beerstorming en Brasserie de la Senne immers al verschillende microbrouwerijen in de hoofdstad. Op de vraag of een zoveelste microbrouwerij er uiteindelijk niet teveel aan zou zijn, klinkt het volmondig neen.

‘We hebben overlegd met Cantillon of zij onze komst wel zagen zitten. Ze waren er zelfs laaiend enthousiast over en vonden dat de wijk een goede vibe zou geven. Ik denk trouwens dat het een goed plan is dat alle Brusselse brouwerijen samenwerken in plaats van mekaar kapot te concurreren. We willen graag een Brusselse brouwerij zijn én een Brusselse identiteit hebben. Het is belangrijk om onze stad op de wereldkaart te zetten. Maar dat kunnen we niet alleen. Het is wel de bedoeling onze bieren bijna enkel in Brussel te verkopen.’