Slechts een op de drie mannen trekt dagelijks tijd uit voor gezin
Foto: iStock

De gendergelijkheid in Europa, en ook in België, stagneert. Vrouwen zitten meer aan de knoppen in de politiek en het bedrijfsleven. Maar de winst die ze daar maken, verliezen ze op het thuisfront.

Het gaat niet de goede kant uit met de gendergelijkheid in Europa. In vergelijking met tien jaar geleden, is de kloof maar een klein beetje verminderd. De Europese Gender Equality Index drukt deze uit in procenten - meestal in het nadeel van vrouwen. De derde editie, die teruggrijpt naar 2015, is zojuist voorgesteld. De gemiddelde index voor Europa blijft steken op 66,2 procent. Vooral de jongste vijf jaar is er nauwelijks vooruitgang geboekt.

Overal in Europa zitten vrouwen weliswaar meer aan de knoppen in de politiek en in het bedrijfsleven. Maar er was op dit domein dan ook nog veel winst te behalen. De gemiddelde score bedraagt hier nog altijd maar 48,5 procent, en België zit daar maar een heel klein beetje boven. Dank zij de quota op de Belgische kieslijsten zijn er nu meer dan vier op de tien vrouwen verkozen in het parlement, en ook de quota voor de bestuursraden van grote bedrijven werpen enige vrucht af, waardoor vrouwen daar meer dan een op de vijf zitjes in handen hebben.

Erger is dat de emancipatie op het thuisfront er op achteruit is gegaan. Dat is in veel Europese landen zo - niet in allemaal - maar de terugslag is erg uitgesproken in ons land. België boekt hier een verlies van 9 procentpunt. We bevinden ons nu net onder het Europees gemiddelde, in plaats van in het koppeloton dat door de Scandinavische landen wordt aangevoerd.

Het betekent dat vrouwen in België weer een flinkere brok van het huishouden en de zorg voor hun rekening nemen, ook als ze dat combineren met werk buitenshuis. Ze houden daardoor beduidend minder ‘vrije tijd’ over dan mannen, die werk en gezin makkelijker kunnen combineren met sporten en andere engagementen. In Zweden, Denemarken en Finland worden de onbetaalde klussen veel eerlijker verdeeld.

Eten klaarmaken is iets wat in de meeste gezinnen dagelijks gebeurt. Toch maakt maar een op de drie mannen dagelijks minstens een uur vrij voor koken of andere huishoudelijke taken. Terwijl liefst 79 procent van de vrouwen dat wel doet. Deze genderkloof is zowat even groot als in 2005. Bij stellen met kinderen is dit verschil het grootst: daar spendeert 92 procent van de vrouwen minstens een uur per dag aan ‘onbetaalde werk’ thuis, terwijl maar 32 procent van de mannen dit doet. Dit bevestigt nogmaals dat het krijgen van kinderen de balans tussen geslachten vergroot.

Maar ook bij samenwonende stellen zonder kinderen blijft er een verschil van 50 procent bestaan in de tijdsbesteding aan huishoudelijke klussen. Als je deze optelt bij de uren dat vrouwen en mannen buitenshuis aan een job spenderen, komen Europese vrouwen zelfs aan een langere gemiddelde werkweek van 55 uur, tegenover maar 49 uur voor Europese mannen.

Vrouwen die buitenshuis werken zeggen bovendien minder vaak dat het mogelijk is om er tijdens een werkdag even tussenuit te knijpen, om boodschappen te doen of voor andere persoonlijke zaken. Slechts 23 procent van de vrouwen vindt dit ‘heel gemakkelijk’, tegenover 27 procent van de mannen. In België schommelen die percentages net onder en boven de 30 procent. In de Scandinavische landen en Nederland blijken vooral mannen dit veel gemakkelijker te vinden: bijna de helft van hen kan zich deze luxe permitteren.

Mannen leven gemiddeld minder lang dan vrouwen, dat is overal in Europa zo en ook in ons land. Toch hebben ze meer tijd in hun dagelijkse leven voor sport, en voor culturele en sociale activiteiten. Een op de drie mannen slaagt er in wekelijks 150 minuten, of vijfmaal een half uur, matig te sporten, tegenover maar een kwart van de vrouwen. Dat is nochtans een aanbeveling van de Wereldgezondheidsorganisatie.

Maar mannen drinken dan weer meer alcohol en ze roken ook nog altijd meer.

Mannen hebben de jongste tien jaar ook hun achterstand in onderwijs vergroot: onder de jonge dertigers zijn er meer hooggeschoolde vrouwen (43 procent) dan mannen (34 procent). In 2005 was dit verschil nog niet zo frappant. In België zijn er ook almaar minder jongens die een opleiding volgen om zelf in het onderwijs te stappen, of in de gezondheids- en welzijnssector, de humane wetenschappen of de kunsten. Wij behoren tot de 12 EU-landen waar deze genderkloof wijder is geworden.