Kerncentrales te kwetsbaar voor aanslagen
Foto: AFP
De tijdelijke opslag van uitgewerkte kernbrandstof in Franse en Belgische kerncentrales is niet goed beschermd tegen aanslagen, zegt Greenpeace.

e Franse tak van Greenpeace maakt vandaag een onderzoek openbaar naar mogelijk gevolgen van aanslagen op kerncentrales in Frankrijk en België.

De onafhankelijke experts die zich over de risico’s hebben gebogen, zetten de schijnwerper op de zogeheten desactiveringspools. Dat zijn waterbassins waarin uitgewerkte kernbrandstof tijdelijk wordt bewaard. Die bassins liggen in de onmiddellijke buurt van de kernreactoren. 

De conclusie is zonneklaar, zegt Greenpeace: er is er veel te weinig aandacht besteed aan de veiligheid van die bassins. Daarin zit nochtans veel meer kernbrandstof dan in de reactoren zelf. 

De eerste vaststelling van het rapport: de gebouwen waarin de bassins gevestigd zijn, zijn veel minder robuust dan die van de kernreactoren. Die bevinden zich onder een stolp met dikke wanden en een koepel in gewapend beton. De meeste kernreactoren in ons land zitten zelfs onder een dubbele betonnen stolp.  Maar de desactiveringspools in de Franse kerncentrales zijn volgens de studie van Greenpeace niet ingebunkerd. In België is dat ook niet het geval voor Doel 1 en 2. 

Antitankwapen

Voorts legt het onderzoek vier scenario’s onder de loep: van de aanval met een antitankwapen en een helikopter, tot  een moedwillige vliegtuigcrash of zelfs een bomaanslag binnen de kerncentrale. Bij de Belgische kerncentrales zijn vooral de opslaggebouwen voor kernbrandstof van Doel 3 en ­Tihange 2 en 3 risicogevallen, omdat ze vanop de openbare weg (bij Doel 3) of van de overkant van de Maas (bij Tihange 2 en 3) makkelijk te treffen zijn met een antitankwapen. Het rapport wijst er ook op dat vliegtuigen die opstijgen vanop Luik-Bierset in een rechte lijn naar Tihange kunnen vliegen. De afstand tussen de luchthaven en de kerncentrale is slechts 16 kilometer. 

Om het risico in te schatten van een bomaanslag binnen de kerncentrale zelf, herinnert de studie aan de Syriëstrijder die als werknemer van een inspectiebedrijf drie jaar toegang had tot de veiligheidszone van Doel. In de Belgische kerncentrales is de controle op het personeel de voorbije jaren gevoelig aangescherpt. Aanleiding was de vermoedelijke sabotage van de stroomturbine van Doel 4 in augustus 2014.

Op 32 km van De Panne

Voorts leert het rapport dat de Belgische kerncentrales qua veiligheid beter scoren dan de Franse. Het onderzoek spitste zich toe op enkele van de 58 Franse kerncentrales. Twee van de centrales waarvan het risico werd bestudeerd, bevinden zich dicht bij het Belgische grondgebied: de centrales van Gravelines   en Cattenom. Die eerste ligt op zo’n 32 kilometer van De Panne, de tweede op 34 kilometer van Aarlen, hoofdstad van de provincie Luxemburg.

De studie is niet los te zien van het voornemen van de Fransen om de kerncentrales langer open te houden, zoals bij ons. Volgend jaar zou de knoop doorgehakt worden. Greenpeace wil alvast dat de desactiveringspools stuk voor stuk ingebunkerd worden. Volgens de milieuorganisatie kost dat anderhalf miljard euro per pool.

Eloi Glorieux, de Belgische kernenergiespecialist van Greenpeace, vindt dat bij de levensduurverlenging van de twee oudste kernreactoren van Doel veel te weinig aandacht is besteed aan de bescherming van de installaties tegen aanslagen. ‘Het risico op externe agressie heeft niet meegespeeld in het politieke debat. Terwijl het gevaar op zo’n aanval toch veel groter is dan bij de bouw in 1975’.

Greenpeace Frankrijk geeft het uitgebreide rapport overigens niet vrij, omdat er heel wat beelden inzitten waarop de opslaggebouwen expliciet zijn aangeduid. Al voegt het eraan toe dat veel van de informatie waarop het onderzoek steunt vrij makkelijk terug te vinden is op het internet.