Computer kan eenzame bejaarden opsporen
Foto: iStock

Het OCMW van Knokke-Heist gaat met een revolutionair computersysteem op zoek naar eenzame senioren. Een telefonist belt alleenstaande 65-plussers om te vragen hoe het gaat, en tegelijk luistert de computer mee. Die analyseert de woorden en het stemgeluid en geeft realtime aan of er eenzaamheid en isolement dreigt. ‘Op termijn kunnen familieleden dan via een app een verslag krijgen van hoe het gaat’, zegt ontwikkelaar Ingrid Walry. Dat schrijft Het Nieuwsblad.

‘Tuurlijk, mijn kind. Met mij alles goed.’ Een bejaarde moeder, grootmoeder of overgrootmoeder kan het zo zeggen, en tegelijk kan ze het omgekeerde bedoelen. In Knokke-Heist experimenteren ze daarom voor het project Mi.Babbel met algoritmes en artificiële intelligentie om die verborgen of verzwegen eenzaamheid en isolement bij bejaarden op te sporen. Het OCMW heeft er vijftig alleenstaande 65-plussers gecontacteerd met de vraag of het bedrijf Sebeco hen op gezette tijdstippen mag contacteren. Elke week krijgen ze dan een telefoontje om te vragen hoe het gaat.

‘Maar dat is niet ­zomaar een gesprekje’, zegt Ingrid Walry van het Gentse bedrijf Sebeco. De telefonist in kwestie voert het gesprek meteen in de computer in en volgt een ‘conversatie­schema’ dat ontwikkeld werd door de Vrije Universiteit Brussel.

‘Als je vraagt: En Marie, voel je je eenzaam? Dan gaat Marie ‘neen’ antwoorden’, zegt gerontoloog Nico De Witte van de VUB. ‘Maar je kan eenzaamheid wél op een betrouwbare manier detecteren zonder dat woord te laten vallen. We doen al jaren onderzoek naar de behoeften van ouderen en de elementen die hun levenskwaliteit bepalen. Door te praten over iemands huis, over zijn of haar vrijetijdsbesteding, over problemen in de straat of buurt, over gezondheid, over hoeveel mensen hij of zij écht vertrouwt kan je ­iemand een score geven op een eenzaamheidsschaal. De tele-operator voert die antwoorden in en ziet realtime op de computer welke vragen ze daarna kan stellen.’

Computer kan eenzame bejaarden opsporen
Zo werkt het.

Trilling kan je niet faken

En ondertussen analyseert de computer ook puur het stemgeluid, los van wat de bejaarde in kwestie zegt. ‘Uit dat geluid kan je een schat aan informatie halen. Uit vorige onderzoeken blijkt dat je op basis van stemgebruik met zeventig procent zekerheid kan zeggen of iemand verveeld, gelukkig of kwaad is’, zegt Kris Demuynck, professor spraak- en audioverwerking aan de UGent, dat het systeem uitdokterde. ‘Dat doen we hier ook: hoe zit het met de stembandtrilling, het spreektempo, het volume, de pauzes die iemand laat vallen tussen zinnen. Dat kunnen allemaal aanwijzigingen zijn van stress of negatieve gevoelens.’ En nee, dat kan je niet ‘faken’. ‘Je stembandtrilling heb je niet ­bewust onder controle.’

Anna Couckuyt (78) is een van de deelneemsters aan het experiment en ze vindt het een prachtig systeem. ‘Het is al heerlijk om ­elke week eens te babbelen met iemand die vraagt hoe het met me gaat’, zegt ze. ‘Je kan daar al eens iets aan kwijt dat je dwarszit, want je ziet die mens toch niet.’

Dat de computer ondertussen al haar woorden analyseert, deert Anna niet. ‘Die computer mag van mij alles doen en alles bestuderen. Ik heb ook al eens sensoren in mijn huis gehad die controleerden of ik wakker was, of ik thuis was en hoeveel ik rondwandelde. Ge kunt er maar uit leren.’

Al die telefoongegevens leveren dan een groen, oranje of rood rapport op. ‘Bij rood is onmiddellijke hulp vereist’, zegt Walry. ‘We kunnen een verslag van die rapporten ook doorsturen naar familieleden, zodat zij ook snel een zicht krijgen op de situatie."

Big Brother is helping you

Maar kun je al die dingen ook niet achterhalen door eens goed met iemand te praten? ‘Er zijn veel mensen die zorg nodig hebben, maar die zorg niet krijgen omdat niemand het detecteert’, zegt De Witte. ‘Niet de familieleden, maar ook niet de thuiszorgers bijvoorbeeld, en dat zijn toch professionelen.’

Daar moet spitstechnologie dus bij helpen. Big Brother is watching you. ‘Eerder Big Brother is helping you’, zegt Walry. Behalve het experiment in Knokke-Heist zijn er ook tests in Aalst, en andere OCMW’s tonen ook interesse.