Onderhoudsbijdrage voor kinderen is nattevingerwerk
Foto: BELGAIMAGE / Hollandse Hoogte
Gescheiden ouders met kinderen hebben geen houvast over de hoogte van het onderhoudsgeld. Afhankelijk van rechter en regio zijn de verschillen heel groot. Dat creëert onzekerheid en een onrechtvaardigheidsgevoel.

Wanneer een koppel met kinderen scheidt, moeten beide ouders afspreken hoe ze de opvoeding van de kinderen financieel zullen dragen. Dat gebeurt door het vastleggen van een onderhoudsbijdrage. In theorie is dat allemaal logisch en helder, maar in de praktijk blijkt de berekening in hoge mate nattevingerwerk.

Er zijn namelijk grote verschillen in de hoogte van dat bedrag, zelfs bij gelijkaardige gezinnen en bij mensen met een gelijkaardig inkomen. De betalingen voor twee kinderen schommelen in Wallonië tussen 33 en 500 euro. In Vlaanderen is dat tussen 38 en 600 euro. Ook binnen Vlaanderen zijn er regionale verschillen, afhankelijk van de rechter die zeggenschap heeft over de bijdrage.

Tot die vaststelling komen Elke Claessens en Dimitri Mortelmans (UAntwerpen) nadat ze de belastingaangiftes van bijna 2.500 gescheiden koppels bekeken. ‘In ons land bestaan verschillende systemen om de hoogte van de onderhoudsbijdrage te bepalen’, zegt Elke Claessens. Denk bijvoorbeeld aan de methode Renard of aan de Onderhoudsgeldcalculator van de Gezinsbond.

‘Welke gebruikt wordt, verschilt tussen regio’s’, aldus nog Claessens. ‘Rechters zijn wettelijk verplicht voorgeschreven parameters in rekening te brengen, zoals de inkomsten van de ouders en kinderbijslag, maar vervolgens kunnen ze vrij kiezen welk berekeningssysteem ze gebruiken. Evengoed zie je dat zowel juristen als bemiddelaars systemen combineren om tot een middenweg te komen. Het verklaart de wildgroei aan bedragen.’

Onder- en bovengrenzen?

De ex-partners houden daar een gevoel van onzekerheid en zelfs onrechtvaardigheid aan over. ‘Een scheiding is sowieso een turbulente periode’, zegt Claessens. ‘Dat niemand goed weet wat nu de beste manier is om de hoogte van het onderhoudsgeld te bepalen, helpt niet. Veel mensen vergelijken met elkaar, de fora staan er vol van. Ze merken dat een ander veel minder of net meer betaalt, ook al hebben ze evenveel kinderen en een gelijkaardig inkomen. Wie minder betaalt, wordt ongerust dat er later misschien een rekening volgt. Wie meer betaalt, vraagt zich af of het niet te veel is. Het wekt de indruk dat er in het huidige systeem winnaars en verliezers zijn.’

Claessens had op basis van de gegevens van FOD Financiën geen zicht op de verblijfsregeling en of er bijvoorbeeld een kind met bijzondere zorgnoden was. ‘Maar dat de bedragen zo sterk kunnen verschillen, is toch een belangrijk waarschuwingssignaal dat er iets mis is. Dat betekent nog niet dat er een uniform systeem moet komen, maar misschien wel dat er bijvoorbeeld onder- en bovengrenzen vastgelegd kunnen worden om de verschillen minder groot te maken.’