‘We willen dat er over dertig jaar nog steeds katoen is’
Foto: Getty Images/iStockphoto

Ze worden vaak in een slecht daglicht gesteld als het gaat om duurzaam produceren, maar een aantal kledingketens doen wel degelijk meer inspanningen om de productie van katoen (een derde van het materiaal dat wordt gebruikt in de kledingindustrie) te verbeteren.

Dat blijkt uit onderzoek dat werd uitgevoerd in opdracht van het Wereldnatuurfonds, het Nederlandse Solidaridad en Pesticide Action Network.

De ngo’s publiceerden vorig jaar voor het eerst hun Sustainable Cotton Ranking met 37 bedrijven die werden gescreend naar hun gebruik van duurzaam katoen én advies over hoe ze het beter kunnen aanpakken bij hun productie, maar bijvoorbeeld ook met recycleerprogramma’s.

Dit jaar is er opnieuw een lijst, deze keer met 75 namen. En net zoals vorig worden de topposities ingenomen door H&M, C&A en Marks & Spencer, winkelketens die in een niet zo ver verleden onder vuur kwamen te liggen voor wantoestanden in hun fabrieken en milieuonvriendelijke productieprocessen. Bovendien hebben deze bedrijven ook nog grote stappen vooruit gezet in vergelijking met vorig jaar.

‘Grote winkelketens zijn vaak de eersten die worden aangevallen door ngo’s dus hun betrokkenheid begint vaak uit een perspectief om hun reputatie te beschermen’, verduidelijkt Isabelle Roger van Solidaridad die leiderspositie aan Business of Fashion. ‘Maar het besef groeit dat het gebruik van duurzaam katoen ook belangrijk is voor de toekomst van hun product. Het is enorm belangrijk voor hen dat er over dertig jaar tijd nog steeds katoen is.’

Focus op winkelketens

De enige luxegroep die werd opgenomen in de lijst is het Franse Kering, moederbedrijf van modehuizen zoals Saint Laurent en Gucci, dat eerder dit jaar zijn duurzaamheidsstrategie bekendmaakte.

‘Het zou natuurlijk mooi zijn mocht dit andere luxegroepen inspireren, maar wij richten ons vooral op goedkope winkelketens omdat ze katoen in grotere volumes gebruiken. De meeste bedrijven bovenaan onze lijst gebruiken katoen in de helft van hun producten, terwijl modehuizen meer zijde, kasjmier en leder gebruiken.’

Al wijst ze er ook op dat heel veel bedrijven nog steeds katoen gebruiken waarbij heel wat water werd verspild (voor de productie van een kilo katoen heb je zo’n 10.000 liter water nodig) en/of ongezonde pesticiden en overbodig kunstmest worden gebruikt, nefast voor het milieu en onze gezondheid.

‘We weten welke bedrijven waarmee we zouden moeten praten, maar we kunnen hen daartoe niet verplichten. Uiteindelijk moeten zij zelf beslissen of het voor hen belangrijk genoeg is.’