Aantal autoloze gezinnen neemt toe
Foto: Photo News

Het autobezit is bij ons ongelijk verdeeld. Een op de zeven Vlaamse gezinnen heeft geen eigen wagen.

Aantal autoloze gezinnen neemt toe

De almaar langere files op de Vlaamse wegen doen het anders vermoeden, maar het aantal gezinnen in Vlaanderen zonder eigen wagen neemt toe. Dat blijkt uit het tweejaarlijkse onderzoek naar de huishouduitgaven van de gezinnen, uitgevoerd door de Federale Overheidsdienst Economie.

Volgens die enquête naar het huishoudbudget bezit 86 procent van alle Vlaamse huishoudens een wagen. Dat aantal is perfect vergelijkbaar met de score in Wallonië (85 procent), maar ligt een stuk hoger dan in Brussel, waar amper de helft (53 procent) van de gezinnen een eigen voertuig bezit.

Het lage percentage autobezitters in de hoofdstad heeft te maken met de lagere koopkracht van de Brusselse gezinnen (zie grafiek), maar ook met de dagelijkse verkeerscongestie, het gebrek aan parkeerplaatsen en het breed uitgebouwde netwerk van openbaar stadsvervoer.

In Vlaanderen speelt behalve de files allicht ook de veranderde maatschappelijke kijk op autobezit een rol. Maar er is ook de opkomst van alternatieve formules voor het woon-werkverkeer, zoals het gebruik van elektrische fietsen of het autodelen.

Maar er is meer aan de hand. Vooral de ongelijke verdeling van het autobezit neemt toe. Zo lag in 2010 het percentage autobezitters in Vlaanderen nog op 89 procent van de gezinnen, in 2000 zelfs op 92 procent.

Kloof in koopkracht

Het relatief hoge aantal gezinnen zonder wagen bleek eerder al uit onderzoek door het Vlaamse overheidsdepartement Mobiliteit. Die studie leerde dat 17 procent van de Vlaamse gezinnen geen ­auto heeft. En het toonde een verschuiving in het autobezit aan. Volgens Mobiliteit Vlaanderen is het aantal gezinnen met één auto ook gedaald, in twintig jaar tijd van 59 naar 52 procent. Tegelijk was er een toename van het aantal gezinnen met twee of meer auto’s tot 31 procent.

Die kloof in koopkracht levert dus tegelijk meer auto’s op én meer gezinnen die zich geen eigen wagen kunnen veroorloven. In dat verband wijst Ive Marx van Universiteit Antwerpen erop dat veel gezinnen met een laag inkomen, zoals eenoudergezinnen, geen eigen huis bezitten en een groot deel van hun huishoudbudget naar de huur van een woning zien gaan. Waardoor er minder of helemaal geen geld overblijft voor een eigen wagen.

Die sociale ongelijkheid geldt alvast niet bij gsm’s. Liefst 98 procent van alle gezinnen in Vlaanderen heeft een gsm of smartphone in huis. Voor het eerst zijn er meer gezinnen met een gsm dan met een tv-toestel (97 procent).