Kernwapens

Wie heeft nog schrik van de bom?

26 september 2017

Wereldwijd bestaan vandaag zo'n 15.000 atoombommen. Nog niet de helft van het hoogtepunt in de jaren 80, maar wel genoeg om de wereld ettelijke malen om zeep te helpen. De Verenigde Naties roepen daarom vandaag uit tot Internationale Dag voor de Totale Eliminatie van Nucleaire Wapens.

In 1945 heeft Amerika het eerste nucleaire wapen in handen. De Russische leider Jozef Stalin reageert geschokt op het nieuws. Hij beseft meteen dat ook zijn Sovjet-Unie dringend aan de slag moet om de bom te ontwikkelen. Hij heeft gelijk. Havikken in de Amerikaanse regering sturen immers aan op een preventieve aanval op de communisten. Die zou moeten verhinderen dat de Russen met hetzelfde idee op de proppen komen. Dat de aanval er nooit kwam, is bij tijden een klein mirakel te noemen. 

Het is meteen de geboorte van een hedendaagse pijler in de nationale defensie. Het eenvoudigweg bezitten van nucleaire wapens moet vijanden ontraden om aggressie te vertonen. Tot op vandaag houdt dat credo een nieuwe totale oorlog tegen.

Zo'n oorlog zou immers vreselijk zijn. Doden en gewonden worden niet geteld met duizenden maar met miljoenen, en structuele schade met biljoenen. De negen kernmachten hebben samen immers zo'n 15.000 atoomkoppen. Een peulschil in vergelijking met de jaren 80, maar toch genoeg om de wereld 150 keer te vernietigen. 

Dat het arsenaal gekrompen is tot de huidige omvang heeft enerzijds te maken met bilaterale akkoorden tussen Amerika en Rusland, en anderzijds met strategie. De in 1991 afgesloten overeenkomsten dwingen de kernmachten om het aantal kernwapens die ze bezitten te beperken tot 6000, en de hoeveelheid ballistische raketten tot 1600. President Obama zou die oefening nog eens overdoen in 2010 met president Medvedev. 

Dat de akkoorden überhaupt bestaan, is het gevolg van een strategische verschuiving in de nucleaire doctrine van beide landen. Waar beide nucleaire grootmachten in de beginjaren er nog vanuit gingen dat meer beter was, kwam in de jaren 60 een nakend besef dat er een limiet stond op vuurkracht. Het vernietigen van een land was niet nodig om de strategische doelen te bereiken, de ontwrichting van militaire eenheden was dat wel.

Meer beperkte, en vooral beter controleerbare opties waren de boodschap. Controleerbare escalatie moest de nucleaire leiders toestaan om erger te vermijden. Door steden niet meteen te herleiden tot as, zou de-escalatie door onderhandelingen ook tot de mogelijkheden behoren.

Ondertussen is het duidelijk dat de nucleaire doctrine niet perfect is. Hoewel de ontwapeningsakkoorden heel wat kernkoppen gedesactiveerd hebben, zijn er nog altijd genoeg over om de wereld te vernietigen. Het grote probleem ligt echter bij de verspreiding van de nucleaire technologie. Waar in 1945 enkel de Amerikanen beschikten over de destructieve kracht van kernsplijting, hebben nu ook hun traditionele vijanden de kennis om zulke wapens te maken. Meer spelers betekent een volatieler speelveld, wat de onveiligheid en de risico's die de nucleaire doctrine in zich draagt verhoogt. 

Vandaag ergert Noord-Koreaans dictator Kim Jong Un het Amerikaans leiderschap met verhitte retoriek en poignante woordenwisselingen. Het staatshoofd prikt de Amerikanen op een gevoelige plek. Zij hebben immers altijd gezworen dat ze geen nucleair Korea zouden tolereren. Kim haalt daar zijn neus voor op, en rolt de spierballen met verschillende kernproeven en rakettesten. 

De Noord-Koreanen voerden dit jaar al negentien testen uit. Tot voor enkele jaren geleden meende de internationale gemeenschap dat ze nauwelijks over een primitieve bom beschikten. Vandaag moet de wereld die visie bijstellen. Noord-Korea heeft een waterstofbom. Dat is de krachtigste soort, en is tot duizendmaal sterker dan een atoombom.

Daarmee is de ultieme vrees van Washington een feit, en een totale ontmanteling van het nucleaire arsenaal een illusie.