De Italiaanse, Franse, Duitse en Belgische volleyballiga’s hebben zich verenigd in een nieuwe Volleyball Leagues Association (VLA) die zich zal inzetten om de belangen van het clubvolleybal te verdedigen bij de Europese (CEV) en Internationale Volleybalfederatie (FIVB). Philippe Boone stond als voorzitter van de Belgische Volley Liga aan de wieg van de VLA en aanvaardde ook de voorzitterssjerp. “Er moet meer respect komen voor de clubs”, verklaarde Boone het initiatief aan Belga.

“We willen ons verenigen en samen standpunten innemen. Ons doel is niet om nog extra competities of bijkomende events te organiseren”, legt Boone uit. De Poolse liga heeft zich officieel nog niet aangesloten, maar zal dat in de nabije toekomst wel gaan doen. Ook andere volleyballiga’s, die niet per se Europees hoeven te zijn, kunnen zich nog aansluiten.

“De verschillen tussen de vier competities zijn groot, maar via de vijf gemeenschappelijke belangen bleken ze wel overbrugbaar te zijn. In de VLA willen we zoveel mogelijk landen rond dezelfde, gemeenschappelijke doelen krijgen, zodat we meer druk kunnen uitoefenen en beter kunnen lobbyen. Dat zullen we doen overal waar nodig, bij de CEV, FIVB, maar ook bij de Europese gemeenschap met betrekking tot de contracten. We merken bijvoorbeeld dat heel wat Aziatische ploegen de Europese contractwetgeving niet respecteren.”

In een manifest dat op 14 september in het Italiaanse Bologna ondertekend werd, somt de VLA vijf aandachtspunten op. Zo staan de ontwikkeling van de volleyballiga’s en hun clubs, de rechten en de economische waarde van de clubs en de competities, alsook de spelerscontracten en de transferregels hoog op de agenda. Nog prangender zijn twee heikele thema’s waarover ook in België veel te doen was. Zo wil de VLA duidelijke afspraken maken omtrent de deelname van clubspelers aan wedstrijden van de nationale selecties. “Uiteindelijk zijn het de clubs die de spelers betalen, niet de bond. De Red Dragons krijgen per dag dat ze bij de nationale ploeg zijn 25 euro per speler. Daar leef je niet van”, aldus Boone. “We zijn heel fier op de Red Dragons, dat nationale gevoel moeten we blijven aanwakkeren. Maar we mogen niet vergeten dat spelers bij hun nationale ploeg risico’s nemen op kwetsuren. We willen een prioriteit maken van de gezondheid van onze spelers, dat is de menselijke verantwoordelijkheid die wij moeten nemen.”

De volleyballiga’s vinden dan ook dat de kalender opgesteld zou moeten worden opdat de spelers fysiek niet te zwaar belast zouden worden en de competities er het meeste profijt uit halen. In België stonden volleyballiga en -bond vorig seizoen lijnrecht tegenover elkaar. De liga wilde de spelers meer recuperatietijd gunnen in de play-offfinale, maar de bond wilde zo snel mogelijk de competitie afronden zodat de Red Dragons sneller aan hun voorbereiding konden starten. In kort geding besliste de rechter het kalendervoorstel van de bond te behouden. “Het zijn nochtans de clubs die de lonen uitkeren en de nationale ploegen daardoor mogelijk maken”, benadrukte Boone. “Alle nationale bonden zijn vooral bezig met de nationale ploeg, maar als de Red Dragons geen contracten hebben bij de clubs, hebben ze ook geen inkomsten meer en kan de nationale ploeg het schudden. Niet te vergeten dat de nationale ploeg voor extra risico’s op blessures en extra vermoeidheid zorgt. Als er zoveel activiteiten zijn doorheen het jaar, omdat de nationale ploeg de kalender inpalmt, zijn er ook geen rustmomenten meer voor die spelers.”

“Het economisch model is gebaseerd op het feit dat de spelers betaald worden door de clubs en niet door de bond”, onderstreept Boone. “We zouden al heel tevreden zijn met acht maanden op de kalender. Hoe langer de competitie duurt, hoe meer return we kunnen geven aan onze sponsors. Als we de competitie blijven inkorten, is het voor hen ook niet interessant meer.”