Aantal zittenblijvers in secundair daalt vijfde jaar op rij
Foto: BELGA

Voor het vijfde jaar op rij is het aantal zittenblijvers in het secundair onderwijs gedaald. Dat meldt Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits maandag.

In 2012-2013 telde Vlaanderen nog 4,98 procent, of 19.692 zittenblijvers. In het schooljaar 2016-2017 daalde dat aantal naar 4,11 procent, of 16.178 leerlingen die hun jaar opnieuw deden.

In de eerste graad bleef vorig schooljaar nauwelijks 2,30 procent zitten. In 2012-2013 was dit nog 2,79 procent. Opvallend is dat in de tweede en derde graad vooral leerlingen uit het KSO blijven zitten. In de tweede graad gaat het zelfs om 10,45 procent. Daarna volgen het TSO (7,5 procent) en BSO (ruim 6 procent). Voor ASO-leerlingen ligt het cijfer net boven de 2 procent.

De grootste daling bij de zittenblijvers situeert zich eveneens in het KSO (-2,8 procent), gevolgd door het BSO (-1,9 procent).

Minister Crevits wijst op de negatieve gevolgen van zittenblijven op zowel het welbevinden als de motivatie en de slaagkansen van de leerling in zijn verdere studieloopbaan.

'Bij de modernisering van het secundair onderwijs zal het voor scholen na het eerste jaar van de eerste graad niet meer mogelijk zijn een B-attest te geven, maar wel een A-attest met verplichte remediëring. Ook op het einde van de eerste graad zal het A-attest met een verplichte remediëring een optie zijn om over te gaan naar de tweede graad', aldus de minister.